SAL7343, Act: R°111.1-V°111.1 (187 of 593)
Search Act
previous | next
Act R°111.1-V°111.1  
Act
Date: 1448-10-02

Transcription

2019-09-25 by Henri Brandenburg
Van henrick keye(n)oge en(de)/
janne van rotselair zijne(n) sone/
Alsoe als na de doot jouff(rouwe) lijsbette(n) weduwe henrix wijlen vander heyden/
van werchte(r) voe(r) den raide vander stad in questien ende gescille comen/
zijn henrick keyenoge die getruwet hadde de wettege docht(er) der voirs(creven)/
wijlen gehuyschen ende na den rechte der stad van loven(e) met/
henrick heyns geheten van wolputte alst blijct bijden dat(en) inde middelste/
came(r) ond(er) meest(er) raze geregistreert geleidt was tot den goeden/
des voirs(creven) wijlen henr(ix) vander heiden dwelc gelimiteert stont/
alsoe na de (con)dicie dair bij gescreve(n) dat de voirs(creven) henric keyenoge/
hem met den voirs(creven) beleide der voirs(creven) jouff(rouwe) lijsbette(n) leefdach/
lanc alse opde helcht vanden goede(n) inden selven beleide begrepen ghee(n)sins/
behulpen en soude noch hue(r) bynne(n) hue(re)n leven(e) dair met (e)enich/
hynder oft letsel doen aen have oft erve der voirs(creven) jouff(rouwe) lijsbette(n)/
in deen zijde ende dierick van langrode ende goerd van artsloe/
geheten van cauwelille die na den voirs(creven) rechte na der handt geleidt/
zijn Te weten [vacat]/
tot den goeden have ende erve d(er) voirs(creven) jouff(rouwe) lijsbette(n) jans van/
rotselair ende m(ar)griete(n) zijns wijfs docht(er) des voirs(creven) wijlen he(n)rix/
keye(n)oeghs met den selve(n) janne van rotselair tegewoirdichlic zijnde/
in dande(re) om der goede wille die de voirs(creven) jouff(rouwe) lijsbeth hue(re)n/
leefdach lanc heeft beseten het zij leen chijs goede vliegenderve/
oft have acht(er) hue(r) gebleve(n) die de voirs(creven) henrick keyenoge meynde/
dat hem na uutwijsen van sijne(n) beleide alle half toebehoe(re)n souden/
Want de (con)dicie voirgeruert hem na d(er) doot van zijnre zwege(r)/
nu niet geletten en conste oic zeide hij dat hem na dlant/
recht in dese goede sculdich wa(r)e een gedeel ende actie(n) te geboe(re)n/
ende des was hij getroest tot der uutspraken en(de) t(er)mi(n)acien/
vander stad bege(re)nde dat hem dair op en(de) na uutwijze(n) van/
dien trecht vander stad gescien mochte Tot desen seide/
de voirs(creven) henric dat hij mids machte van seke(r) huweliker/
vorwerden gemaect ten tide als hij met der docht(er) der voirs(creven)/
jouff(rouwe) te huwelijc toech inde voirs(creven) goede gericht wa(r)e als/
voirscr(even) es Dair op zijn p(ar)tien antwerden ende seyden alre/
hande reden(en) bijden welken zij hoepen datme(n) t(er) wairheit/
bevijnden soude dat de voirs(creven) henric keye(n)oge aen tvoirscr(even)/
beleidt vremdelijc en(de) genoech ombehoirlijc gheraect waire
//
mids welke vremdich(eit) zij hoopten dat hem die anders na den landrechte/
inde voirs(creven) goede niet gericht en was tvoirsc(reven) beleit niet te baten come(n)/
en soude want hij dair mede onterven soude moegen de(n) voirs(creven)/
janne van rotselair en(de) zijne(n) wive van wiens moeder wegen de/
voirs(creven) goede quame(n) ende hue(r) kinde(re) alsoe hij (con)trarie der huwelijker/
vorwerden voirs(creven) vanden goeden van zijne(n) wegen en(de) van zijns wijfs/
wegen zo v(er)re zij hem ter hand come(n) waren hadde gedaen die/
hij alle samentlijc hadde v(er)cocht ende hem quijtgedaen m(er) dair af meinde/
de voirs(creven) jan van rotselair voe(r) hem ende zijn wijf en(de) kinde(re) te spreken/
t(er) plaetsen ende tijden hem dienen(de) jegen de ghene die de selve/
goede contrarie der selv(er) huwelijker vorwerden als voir geruert/
es besaten Desen poente(n) aengesien en(de) meer ande(re)n bij dese(n) p(ar)tien/
gealligeert meynden zij dat de raid vander stad hier op alsulken/
voirsienich(eit) soude voirtsetten dat des voirs(creven) jans wijf van rotsel(air)/
noch hue(r) wettige kinde(re) niet onterft worden en souden Ende ten/
uut(er)sten na dat dese sake t(er) delibe(r)acien vanden raide wael gecome(n) en(de)/
gedisputeert waert dair op genoech met (con)sente van p(ar)tien na alder/
gelegenth(eit) ende met vollen gevolge get(er)mineert voe(r) reden ende/
recht dat de voirs(creven) henric keyenoge vanden leengoeden desen ae(n)/
clevende soude bliven staende op zijn beloep van [land] rechte ende dat/
hij vanden chijsgoeden deen helcht soude houde(n) te zijnre tocht als/
een tochtene(r) goede sculdich wa(r)e te houden(e) bij alsoe dat zij na/
de doot vande(n) selve(n) henricke opde voirs(creven) zijn docht(er) en(de) huere/
erfgename(n) sculdich zullen zijn te comen desgelijx vande(n) beruerlike(n)/
goeden hoedanich die zijn dat die beide de voirs(creven) p(ar)tien te/
gelijke hebben ende deylen sullen ende dat de voirs(creven) henrick/
zijn deel z na zijne(n) wille sal moegen beke(re)n Ende want de voirs(creven)/
jan van rotselair met der huwelijker vorwerde(n) te volgen op de v(er)cochte/
goede bij henricken v(er)cocht soe es duutsprake van dien dat de/
voirs(creven) jan dair af al waert dat hij van gemeyne(n) rechts wegen/
mochte niet volgen en sal des voirs(creven) henrix leefdach lanc/
mair dese(n) niet te min sal hij zijn wijf en(de) hue(r) erfgename(n) van/
die(n) na de doot des voirs(creven) henrix blive(n) en(de) stae(n) op hue(r) beloep/
van rechte cora(m) pynnoc willem(air) burgmag(ist)ris et plu(ri)b(us) aliis oct(obris) s(e)c(un)da
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2015-03-03 by Jos Jonckheer