SAL7343, Act: V°98.3 (177 of 593)
Search Act
previous | next
Act V°98.3  
Act
Date: 1448-09-25

Transcription

2019-05-19 by Henri Brandenburg
It(em) arndt der kinde(ren) op deen zide ende heylwijch zijn wijf op dee(n)/
zijde ende lodewijc goes op dande(re) zijn vanden gescille die/
zij ov(er)lanc ond(er)lingen hebben gehadt van die(n) ii½ gulden(en) hell(ingen)/
die de selve lodewijc op de goede d(er) voirs(creven) gehuysche(n) te webbekem/
gelegen jairlix gelden(de) hadde [en(de)] dair voe(r) hem de selve goede/
met rechte bij meye(r) ende scepen(en) van loven(en) gelev(er)t zijn/
geweest eens worden ende met malcande(re)n ov(er)come(n)/
ind(er) maniere(n) h(ier) na bescreve(n) Yerst hebben de voirs(creven) gehuyscen/
den voirs(creven) chijs op hue(re)n gront te stane na inhoudt der/
vo(n)nisse dair op geloepe(n) bekent te om die(n) voirt meer/
van t(er)mijne te t(er)mijne te gelden(e) ende dair op sele(n)/
de selve gehuyschen als nu hue(re)n voirs(creven) gront moegen/
aenverden op alsoe dat zij den selve(n) lodewijken betalen/
sullen voe(r) de coste van rechte die de selve lodewijc/
int v(er)volch van des(er) saken geleden heeft vi rinsche/
gulden(en) ende van v(er)loepen(en) chijze xi gulden(en) helli(n)gen/
en(de) i q(ua)rt talsulke(n) al pu(n)se? als poirte(re)n van dieste heu(r)/
gulden(en) hell(ingen) in chijze ontfaen deen helcht h(ier) af/
tsinte m(er)tens misse naestcomen(de) ende dande(re) helcht/
tsint andries misse dair na volgende quol(ibet) ass(ecutu)[m]/
Met sulker condicie(n) in een oft in al vand(er) voirs(creven)/
t(er)mijne(n) gebreckelic wae(re)n de voirs(creven) so(m)men te betale(n) dat/
dan de voirs(creven) lodewijc op trecht van zijnre voirs(creven) leveri(n)gen/
sal blive(n) ind(er) manire(n) oft dese vorwerde(n) niet en wae(re)n/
en(de) tott(er) so(m)men behoef voirs(creven) sal volge(n) d(er) voirs(creven) gehuyscen de/
hue(r) vande(n) beemde [goede] voirs(creven) van dese(n) jaire en(de) wes lod(ewijc) vande(n) selve(n)/
goede(n) voe(r) heeft gehaven sal hem sond(er) opticht van p(ar)tie(n) in hande(n)/
bliven en(de) d(aer) af en sulle(n) de voirs(creven) gehuyssche gheen huerlinge geweest moege(n) moye(n)/
cor(am) eisd(em)
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2015-03-03 by Jos Jonckheer