SAL7345, Act: R°268.1 (454 of 627)
Search Act
previous | next
Act R°268.1  
Act
Date: 1452-03-12

Transcription

2020-09-12 by Chris Picard
It(em) jasp(ar) abs(oloens) burg(er)meest(er) te loeven(e) heeft gecleert bijde(n) rade vand(er)/
stad op zijne(n) eedt dat hem wel voir stont dat wille(m) gans voirmaels/
in zijne(n) leven(en) bij he(m) als borg(er)meest(er) come(n) ware en(de) hadde gekint dat/
hij vande(n) scepen(en) br(ieve) spreken(de) van ii m(ud)[de] core(n)s lijfpensie(n) op zeke(r) live/
d(aer) hij sijn heffe(n) in hadde die he(r) jacop de gruyte(re) met zeke(re)n borge(n)/
sculd(ich) was wel v(er)nuecht en(de) betaelt ware op ii m(ud)[de] core(n)s eens dieme(n)/
va(n) pachte d(aer) af tacht(er) wae(r) geloven(de) d(aer) mede voird(er) ne(m)m(er)meer aen/
te spreke(n) m(ar)tii xii
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-03-22 by Jos Jonckheer