SAL7347, Akte: R°338.4 (541 van 748)
Zoek akte
Vorige | Volgende
Akte R°338.4  
Act
Datum: 1454-04-04

Transcriptie

2019-01-02 door Magda van Winkel
It(em) gielis sanders na(tur)lec in deen zijde en(de) lijsbet weduwe jans/
wijlen peters de jonge met lonijse hue(re)n behuwende(n) sone in dande(r)/
hebben hue(re)n dach jegen malcande(re)n dienende op ghiste(re)n voe(r) den/
raide vander stad als zij niet gevorde(re)n en consten uutgestelt/
tot va(n) morgen in viii dagen te mistide naestcomen(de) om alsda(n)/
te diene(n) gelijc hij op ghiste(re)n gedaen soude hebben en(de) te dien/
dage heeft de voirs(creven) giel(is) toegeseeght ende geloeft te houden en(de)/
bynne(n) middele(n) niet te crincken noch te hynde(re)n in live noch goede/
giel(is) vanden eycken pete(re)n de raidt noch oic en(de) tot desen heeft/
de voirs(creven) weduwe den voirs(creven) lonijse gemechticht des(er) saken om/
die voe(r) de stad te volgen ten eynde uut en(de) al tgheen hier/
inne te doen des zij selve in p(er)soene doen soude moegen p(rese)nt(ibus)/
tymple willem(air) burg(imagistris) april(is) quarta
Nagekeken doorkristiaan magnus
Moderatorkristiaan magnus
Laatste update:: 2016-04-01 door kristiaan magnus