SAL7347, Act: R°390.1 (643 of 746)
Search Act
previous | next
Act R°390.1  
Act
Date: 1454-05-16

Transcription

2019-10-24 by Magda van Winkel
Item machiel adelen als tochte(r) met consente gorts en(de) henricx/
rabbe en(de) h(er) symoens vander brugge(n) geheete(n) metten gelde die tot/
tot sijne(n) goeden geleydt zijn en(de) gorijs adelen sone des voirs(creven) machiels/
p(ri)[(us)] ema(n)cipat(us) in deen zijde en(de) jan beyaert sone wijlen jans/
in dande(r) zijn met malcande(re)n eensworden en(de) overcomen/
voe(r) hen hue(re)n erve(n) ende nacomelingen van hue(re)r beyder/
erve aen een geleg(en) op de merct te loven(e) tussche(n) de goede/
der vrouwen ske(m)mers ende de goede des voirs(creven) jans beyaerts/
over dander zijde geleg(en) der poente(n) hier nae v(er)claert die/
zij deen den ande(re)n geloeft hebbe(n) teewelike(n) dagen tond(er)houde(n)/
Te weten dat den nuwen muer staende inden hoec vanden/
huyse des voirs(creven) jans gelege(n) op de m(er)ct tussce(n) derve des voirs(creven) jans/
in deen zijde en(de) des voirs(creven) mach(iel) in dande(r) comen(de) acht(er) totte(n) goede(n)/
gielijs van colve en(de) alsoe strecken(de) lancx totte(n) [der] erve des voirs(creven) mach(iel)/
t(er) merct weert ind(er) lingden van xiii voete(n) breet luttel my(n) oft meer/
alsoe hij nu steet mett(er) scouwen vand(er) coken(en) des voirs(creven) jans huije/
recht opgaen(de) ten dake uut sal blive(n) staende tot ewige(n) dage(n) niet/
tegen staen(de) dat nochtan dien muer eene(n) halve(n) gestrecten steen/
steet gemetst op derve des voirs(creven) mych(iel) Voert es in erfvorweerde(n)/
ond(er)sproken dat de voirs(creven) machiel oft zijne nacomelinge(n) oft hen/
geliefde ty(m)meren(e) sulle(n) moege(n) opvae(re)n neve(n) den voirs(creven) muer des/
voirs(creven) jans en(de) de vestinghe maken aen de(n) selve(n) muer met anckers/
Item den gevel des voirs(creven) mych(iel) staen(de) vast tegen thuys svoirs(creven) jans/
sal alsoe blive(n) staen(de) tot euwige(n) dage(n) en alsoe dat de voirs(creven)/
machiel en(de) zijn nacomelinge dien recht sullen houden staen(de)/
alsoe dat den voirs(creven) ja(n)ne noch zijne(n) nacomelinge(n) gheen schade/
noch hynder aen zijn voirs(creven) huys d(aer) af en geschiede cor(am) lynt(re)/
meersberge maii xvi
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-04-13 by kristiaan magnus