SAL7347, Act: V°374.2-R°373.1 (613 of 746)
Search Act
previous | next
Act V°374.2-R°373.1  
Act
Date: 1454-05-10

Transcription

2019-06-13 by Magda van Winkel
Item jonch(e)r lyebrecht hee(r) te meldert en(de) te buedingen (et)c(etera) in deen/
zijde en(de) jouffruwe margriete zijn suster weduwe jonch(e)r wille(m)s/
wilen van montenaken in dande(r) zijn met malcande(re)n overcomen/
van seke(re)n gescillen die tusschen hen uutstonden ind(er) manie(re)n hier na/
v(er)claert die zij deen den ande(re)n gelooft hebben onverbrekelic/
tonderhouden en(de) tachtervolghen in den yersten [heeft de voirs(creven) jouffr(ouwe) ma(r)gr(iete) gekint dat de] zal de vors(creven) jonch(e)r/
lyebrecht der selver sijnder zuster voer den verletten pacht die/
hij hue(r) sculdich es van dien xxix mudd(en) v vaten corens die/
zij tsjaers heeft op sijn goede te cortershem en(de) dair omtrent [hue(re)n] betaelt/
heeft te paesschen nu leden xvii(½) mudden corens Vort van des van/
e(n)nighen p(er)sonelen actien de vors(creven) jonch(e)r lyebrecht ind(er) voirs(creven) zijnd(er)/
zuster ghehouden mocht wesen dair voe(r) heeft hij hue(r) betaelt/
ter vors(creven) hoechgetide van paesschen lestleden xxiii guld(en) hollan(sch)/
en(de) heeft hue(r) vorts geloeft iii jaer lanc altijt ten selven hoegh/
getide noch xxv hollan(sche) guld(en) te gheven quolib(et) ass(ecutu)[m] En(de) hierop/
hebbende vors(creven) bruede(r) en(de) suster malcande(re)n quijtgeschouwen/
van alles gheens des zij deen totten ande(re)n te seggen moghen/
hebben tot den dage toe van heden Voirt hebben zij ov(er)draghen/
dat de vors(creven) jouffr(ouwe) van montenake alsulken scepen(en) brieve(n) va(n)/
loven(en) alse zij scepen(en) heeft opde goede van meldert liggen(de)/
in eender doozen leggen zal ond(er) scepen(en) van loven(en) also sij/
gedaen heeft te dier meyni(n)ghen oft sij jaerlix bijden vors(creven) hue(re)n/
brueder vand(en) voirs(creven) xxix mudde vijf vaten corens tsjaers dieme(n)/
hue(r) ter plaetsen aldaer leve(re)n sal niet betaelt en worde voer/
hue(r) en(de) hue(re)n nacomelingen dat zij hen dan metten selven br(ieven)/
altijt soud(en) mogen behulpen om jaerlix ter betalinghen vand(en)/
voirs(creven) pachte te comen sond(er) dair met vort meer voerd(er) te/
mogen wercken oft hue(re)n voirs(creven) bruede(r) oft zijn goede en(de) ond(er)pande/
te belasten in e(n)niger manie(re)n Op also dat sij op de ond(er)pande inden/
selven brief genoempt trecht niet en zal mogen vorde(re)n al eest
//
dat den pacht valt ts(int) andriesmesse voer dat thoeghgetide van paesschen/
es leden en condicien dat de vors(creven) jonch(e)r lyebrecht den voirscr(even)/
erfpacht sijnder voirs(creven) suster inder voirs(creven) plaetsen van cortershem sal/
mogen bewijsen in goeden erfpachte oft gronde van erven ten prise/
van den wijnders vande(n) hove boven allen last der vors(creven) so(m)men jaerlix/
wel weert sijnde op also oic dat hij gheen mynder porceel bewisen/
en zal dan van ii mudden smaels boven den last jaerlix weerts sijnde/
ende so wanneer [hij] de voirs(creven) bewisenisse gedaen sal hebben opde manie(r)/
voirs(creven) dair hae(r) de vors(creven) jouffr(ouwe) altijt bereet toe sal mogen gheve(n)/
om die tontfanghen ende alsoe dat de voirs(creven) jouffr(ouwe) voer hue(r)/
en(de) voer hue(re)n nacomelingen van des voirs(creven) is en(de) op de voirs(creven)/
manie(r) vast en(de) seker stae So sullen den voirs(creven) jonch(e)r lyebrecht/
de vors(creven) brieve van ii(½)[c] guld(en) hollan(sch) tsjaers ghegeve(n) worde(n)/
m(ichaelis) abs(oloens) witte maii x
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-04-08 by kristiaan magnus