SAL7348, Act: R°183.2-R°184.1 (323 of 662)
Search Act
previous | next
Act R°183.2-R°184.1  
Act
Date: 1454-10-30

Transcription

2019-08-02 by Jan Boncquet
Cont zij allen lieden dat de meye(r) van loven(en) metten scepen(en) van loven(en)/
heeft geleit van heerlicheiden henricke vander balct geheten oem/
vander vue(re)n totten goeden chijsen renten heerlich(eiden) rechten en(de) p(ro)ffiten/
opcomingen en(de) vervallen hier onder genoempt yweyns vand(er) balct/
vand(er) vue(re)n Inden yersten tot thien dachmalen lants gelegen inde/
thiende van wesembeke tegen thof wilen gielis vand(er) balct/
toebehoe(re)nde geheten van hoevorst tusschen de goede gheerts m(er)gans/
in beyde den zijden comen(de) overhoec aende goede des godshuys/
van sint jans bynnen bruessel en(de) de goede willems spijkincx Item/
tot negen dachmalen lants gelegen dair neven tusschen de/
goede des vors(creven) godshuys van sint jans en(de) de goede des vorscr(even)/
gheerts m(er)gans Item tot eene(n) halven boend(er) lants gelegen/
aldair tusschen de goede des vors(creven) godshuys van sint jans ende/
der erfgenamen arnts wilen vander leeps Item tot eene(n) boend(er)/
lants gelegen aldair neven de goede peters coperslege(r)s Ite(m)/
tot drie dachmalen lants gelegen alvast bij dleste halfboender/
vors(creven) neven de goede willems spijkincx vors(creven) Item tot eenen/
boender lants gelegen aldair neven cop(er)slagers lant ter eender
//
sijden en(de) arnts wilen vand(er) leeps ter ande(re) Item tot eene(n) groeten stuc lants/
gelegen inder vors(creven) plaetsen lancx metter eend(er) zijden neven de/
hovorststrate en(de) metter ande(r) zijden tusschen de goede arnts wilen/
vander leeps en(de) jans colijns comen(de) metten eenen eynde tot aen/
de strate geheten willemaerdijcstrate en(de) metten ande(re)n eynde aende/
goede des vors(creven) godshuys van sint jans Item tot allen den bosschen/
met hue(re)n toebehoerten rechten en(de) proffiten der selver die de vorscr(even)/
yweyn vand(er) balct ter vors(creven) plaetsen geheten hoevorst houden(de) en(de)/
besitten(de) is en(de) die wilen gielis zijn vader in zijnen leven(en) aldair/
te houden plach hoe die genoempt zijn oft hoe veele zij inder/
maten houden moghen Item tot allen den chijse en(de) rechten in scellinge(n)/
pe(n)ningen oude grooten goeden gelde oft borsgelde capuynen schouthoude(re)n/
hynnen greyne en(de) ande(re)n jaergulden(en) die de vors(creven) yweyn heeft oft/
heffen(de) is bynnen der heerlich(eit) van crayenhem ter vors(creven) plaetsen/
van hoevorst tsamen metten rechten van meye(r) en(de) late vorste(re)n en(de)/
ande(re) dieners te setten bedriven van goeden en(de) ontgoeden h(er)lich(eit)/
en(de) rechte coren en(de) brooken van quetsue(re)n messen sweerden stocke oft/
ande(re) wapen(en) te trecken oft te vellen te hebben p(ar)tien dair af/
inde banc vors(creven) van hoevorst ofs noet zij te bedingen de selve van/
dien te composeren(e) confiscacie van bastarde goede en(de) vort alle/
ande(re) heerlich(eiden) rechten baten proffiten opcomi(n)gen en(de) v(er)vallen die/
de vors(creven) wilen gielis vand(er) balct vader des vors(creven) yweyns voe(r)/
en(de) yweyn vors(creven) zijn sone nu ter vors(creven) plaetsen geheten hoevorst/
gehadt gehaven gehouden gebruyct en(de) gehanteert hebben ende/
die wilen vruwe [vacat] boets aflivich zijnde weduwe wilen/
her everarts boote ridders eensdeels en(de) jouffr(ouwe) lijsbeth eggeloes/
dochter he(re)n wouters eggelois ridders oic eensdeels [aldair hadden hanteerde(n) te heffen ende] te houden plagen/
met gaders den ouden verletten en(de) verschenen(en) ombeletten ombetaelde(n)/
jaerchijsen diemen uut ocsuyn der vors(creven) heerlich(eit) en(de) chijse vors(creven)/
den vors(creven) yweyne tachter sculdich en(de) verledt is Item tot/
twee chijsgulden(en) en(de) twee capuyne erfchijs alle jae(re) te kersmesse/
te betalen die de vors(creven) yweyn heeft aen en(de) op thuys en(de) hof bog(ar)den/
driessche(n) en(de) ande(re)n toebehoerten wilen jans persman nu jans vanden/
velde houden(de) drie en(de) een half boend(er) oft dair omtrent gelegen op/
hoevorst vors(creven) Item noch tot thien vierdelen rox der maten/
van bruessel erfpachts die de vors(creven) yweyn hadde aen en(de) op een/
bloc lants gelegen voe(r) tvors(creven) hoff van hoevorst den vors(creven) wilen
//
janne persman toebehoe(re)nde voer een schout van vijf hondert pont/
groote turnose goet en(de) gheve inde welcke de vors(creven) yweyn den vors(creven)/
henricke vand(er) balct met scepen(en) brieve van loven(en) dair op gemaict/
gehouden en(de) belanc was Tot welcken goeden chijse renten pachte(n)/
heerlich(eiden) en(de) v(er)vallen de vors(creven) henric de clage genomen heedt vand(en)/
here vanden gronde waer o(m)me de vors(creven) meye(r) met va(n) loven(en) metten/
scepen(en) van loven(en) dede den vors(creven) henricke totten selven goeden chijse(n)/
renten pachten h(er)lich(eiden) en(de) v(er)vallen voer sijn schout vors(creven) in alle der/
formen en(de) manie(re)n also dat in geliken gewoenlic is te geschien/
behoudelic eenen yegeliken zijnen rechte Hier wae(re)n ov(er) mychiel/
absoloen ende jan van hugaerden scepen(en) te loven(en) gedaen int jaer/
ons he(re)n xiiii[c] xxxviii octobris penultima
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-10-25 by Xavier Delacourt