SAL7348, Act: V°151.3 (280 of 664)
Search Act
previous | next
Act V°151.3  
Act
Date: 1454-11-09

Transcription

2019-06-10 by Jan Boncquet
Item uut dien dat jan de witte vranx sone als geleit totten/
goeden have en(de) erve anthonijs van langrode opden dach van hede(n)/
hadde doen dach doen den selven anthonijse om dat hij hem ongebruyc/
dede aen tversterfnisse vanden selven anthonisse dat hem v(er)storve(n)/
was vander jouffr(ouwe) wilen sas Ende de vors(creven) anthonijs voer/
oogen niet comen en is al wart dat sijn wijf sond(er) hem die/
na recht gheenen mont te spreken en hadde voer ogen quam/
alrehande reden(en) voertstellen(de) So hebben de vo(n)nisen der scepen(en)/
van loven(en) gewesen waer de vors(creven) anthonis niet en quame/
ten opstane smeyers en(de) der scepen(en) datmen den vorscr(even)/
janne houden soude in sijnen beleide also v(er)re alst noch/
voer hen comen is cor(am) eisd(em)
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-10-25 by Xavier Delacourt