SAL7349, Act: V°229.3 (483 of 698)
Search Act
previous | next
Act V°229.3  
Act
Date: 1456-03-08

Transcription

2018-07-07 by Walter De Smet
Wij roel(ants) abs(oloen) scep(enen) doen cond alle(n) liede(n) dat vande(n) stote die/
gewijst is tussce(n) lod(ewijc) vande(n) m(er)sb(er)ge scepen(en) te loeven(en) in deen/
zijde en(de) henricke de smet in dandere alse va(n) eenre vorlen/
gelege(n) onder den verdeysberch inde p(ro)ch(ie) van pelle(n)berch tussce(n)/
de lande des voirs(creven) lod(ewijcx) en(de) de bempde des voirs(creven) henricx/
Te wete(n) dat de(n) voirs(creven) lod(ewijc) de vorle aldair tot ewige(n) dage(n)/
toebehoire(n) sal mette(n) bodeme also die ald(air) belege(n) is Dair af de/
voirs(creven) lodewijc de(n) vrede houde(n) sal en(de) jaerlijcx de(n) bodem/
veeghen dat de voirs(creven) henric aen zijn bempde gheen schade/
en lide It(em) sal de voirs(creven) lod(ewijc) de vorle(n) talle(n) vijf jare(n) tru(n)cke(n)/
wel en(de) loflijc en(de) hij en sal in die vorlen voirs(creven) gheen op/
gaende hout moegen houde(n) noch vuede(n) promitt(ens) ratu(m)/
m(ar)tii viii
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2014-10-21 by Jos Jonckheer