SAL7349, Act: V°339.1 (655 of 698)
Search Act
previous | next
Act V°339.1  
Act
Date: 1456-06-08

Transcription

2018-12-20 by Walter De Smet
Item vander aenspraken die jan uuterhelicht gedaen heeft inden/
name en(de) van weghen wilen willems uuter helicht sijns soens/
ter tijt als hij leefde in zijnen brood zijnde tot merten odts/
alse van dat de selve merten mede geweest soude hebben ende/
principael inden gescille was dair de selve willem bij henr(ic)/
van ophem geheten ghelts van live ter doot bracht was eysschen(de)/
dair om vanden selven willeme een bedevart in cypers oft alsulken/
beternisse als scepen(en) hem aenwisen soud(en) Dair opde vors(creven)/
merten hem verantwerdende met div(er)sen reden(en) hem in zijne(n) rechte/
dienen(de) Es gewijst met vo(n)nisse d(er) scepen(en) van loven(en) dat de/
vors(creven) m(er)ten vander aensp(ra)ken die jan te hemwert gedaen heeft/
ongehouden zijn soude p(rese)ntib(us) o(mn)ib(us) scab(inis) junii viii
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2014-11-04 by Jos Jonckheer