SAL7349, Act: V°354.2 (681 of 698)
Search Act
previous | next
Act V°354.2  
Act
Date: 1456-06-22

Transcription

2019-01-11 by Walter De Smet
Item uut dien dat lijsbeth weduwe gorts wilen zedelere beclaeght/
hadde pauwelse de molde(re) woenen(de) te haeght voir de so(m)me/
van drie guld(en) peters dair de selve pauwels dach hadde/
als op heden en(de) nochtan voir oogen niet comen en is soe/
heeft tvo(n)nisse der scepen(en) van loven(en) op heden gewijst dat/
zij begheerden den vorste(r) en(de) poirters taenhoren ende/
dae(re)nteynden recht totten welken om te leiden de vors(creven) weduwe/
dach nam van in saterdaghe naestcomen(de) in viii dagen p(rese)ntibus/
o(mn)ib(us) scab(inis) junii xxii
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2014-11-04 by Jos Jonckheer