SAL7352, Act: V°140.2 (292 of 660)
Search Act
previous | next
Act V°140.2  
Act

Transcription

2019-03-21 by Marika Ceunen
It(em) merten mertens sone mertens wijlen mertens die bij middele/
va(n) zeke(r) scepen(en) brieve va(n) loven(en) met gielize mertens zijne(n) brueder/
geleydt es totte(n) goeden gielis mertens voers(creven) alsoe dat hij en(de) ande(r)/
die geleydt zijn nae totten goeden des voers(creven) gielis des selfs giel(isen)/
goede mechtich zijn heeft geloeft dat hij mette(n) selve(n) brieve(n) die/
tgodshuys va(n) heyleshe(m) in handen heeft den selve(n) godshuyse alle/
behulp doen [sal] va(n) rechte ende hant ende mont leene(n) als hijs/
versocht wordt dat tvoers(creven) godshuys gecrigen sal moegen de scout/
die de voers(creven) giel(is) mertens den voers(creven) godshuyse sculdich es/
op tvoers(creven) godshuys cost witte m(er)cels ja(nuarii) xii
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2012-09-13 by Sabrina Keyaerts