SAL7358, Act: V°243.1-V°244.1 (506 of 511)
Search Act
previous | next
Act V°243.1-V°244.1  
Act
Date: 1465-06-23
LanguageNederlands

Transcription

2019-08-06 by Dominique Van Daele
Item claus en(de) arnt van stakenborch gebruede(r) sone wilen claus/
ter eender zijden en(de) jouffruwe gertruyt van stakenborch weduwe/
gheerts wilen van coudenberghe hair suster voir hair selve(n)/
ter ande(re) sijn bij middel van hue(re)n magen en(de) vrienden/
eensworden vanden stoote die zij hadden om der erfgoed(en)/
wille hen gebleve(n) en(de) bescreve(n) na en(de) vand(er) doot des/
vors(creven) wilen claus en(de) wilen jouffr(ouwe) g(er)truiden vand(en) hove werdy(n)ne(n)/
doen zij
weduwe des selfs wilen claus vader en(de) moeder/
der vors(creven) gebruede(re)n en(de) suster der point zoe wair die/
in brabant gelegen zijn in woeni(n)gen huysen hoven wynnen(de)/
lande beempden eeuselen bosschen wijngarden wat(er)molen(en)/
chijse erfpachten en(de) allen ande(re)n toebehoerten uutgescheid(en)/
vanden leengoeden der pointen en(de) clausulen hier nae/
v(er)claert die zij malc den ande(re)n gelooft hebben also lange/
de vors(creven) jouffr(ouwe) g(er)truyt hue(r) suster leven sal tonderhouden/
en te voldoene [en(de) niet langer] Ende inden yersten is vorweerde dat/
de vors(creven) ii gebruede(re)n gesamenderhant alle de vorscr(even)/
goede uutgescheid(en) de beem ter stont aenverden sullen/
en(de) die wael en(de) temelic [getrouwelic] houden en(de) regeren [en(de) dair af] betalen/
jairlix d(aer) af alle den co(m)mer en(de) last uuten selve(n) goeden/
gaende ten behoirliken tijde also dat d(aer) gheene schade af/
en come En(de) vortmeer [sullen sij d(aer) af noch betalen] veertien mudden rox goet/
en(de) payabel d(er) mate(n) van lov(en) met wanne en(de) vlogelen/
wel bereit ts(int) andriesmesse apostels te betalen [en(de) te loven(en) leve(re)n] der vors(creven)/
jouffr(ouwe) g(er)trud(en) also lange sij leven sal en(de) niet langer die/
de vors(creven) ii gebrued(er)s also gelooft hebben ongesundert d(er)/
selv(er) hue(re)r suster te betalen telcken t(er)mijne als v(er)reicte/
schout Item sullen de selve ii gebrued(er)s en(de) hebben gelooft/
de vors(creven) goede [jairlix] te wynne(n) en(de) te werven gelijc reengenote(n)/
boven en(de) beneden en(de) de huysinge te houden van goede/
rep(ar)acien also lange h(uer) sust(er) vors(creven) leve(n) sal Item [en(de)] wart also/
dat opde vors(creven) goede e(n)nighe schade geschiede mits gebreke/
van betalingen [der renten d(aer) uutgaen(de)] d(aer) af soude de vors(creven) hue(r) sust(er) ongehoud(en)/
zijn en(de) bliven en(de) de selve hue(r) suster mochte [mach] op dat/
haer geliefde als dan hande aen alle de selve goede
//
slaen en(de) de aenverden en(de) bliven behouden(de) totter tijt dat h(uer)/
hair hande gevult sal wesen en(de) [dat sij] betaelt [sal] zijn van hae(re)n achter/
stellingen pachte co(m)mer en(de) last die sij d(aer) om geleden oft betaelt/
mocht hebben en(de) anders niet Item hebben de vors(creven) p(ar)tien malcande(re)n/
geconsenteert dat een yegelijc van hen elc tot zijne(n) proffite/
sal mogen vercopen wanneer dat he(m) sal [gelieven] zijn tderdel van/
alle den opgaen(de) houte staen(de) op alle de goede vors(creven) het zijn eyken/
alboeme popeleren en(de) alle ande(re) dat boven den halven vadem/
wijt sal zijn en(de) niet voirder behalven dat elc van hen opde selve/
goede sal laten staen wassen drie eyken dieme(n) orberen en(de) v(er)ty(m)me(re)n/
sal totter refectien vand(en) goed(en) vors(creven) als des van node sal wezen/
en(de) anders niet Item hebben de vors(creven) ii gebrued(er)s gelooft elc/
hue(re)r voirs(creven) suster geloft te wijntijde naestcomen(de) te betalen en(de)/
te leve(re)n uut vollen cuypen een ame lantwijns vanden wijne/
die zij hebben zullen op hair wijngarde sond(er) argelist hier/
inne versien en(de) ondersproken dat de vors(creven) jouffr(ouwe) g(er)truyt/
hair suster sal bliven staen(de) op huer recht vanden leengoeden/
vors(creven) Item hebben de vors(creven) ii gebrued(er)s en(de) suster malcande(re)n geloft/
tontheffen elc van zijnen derdendeele van allet ghene des jannes/
vander eyken [huer stiefvad(er)] inden name van g(er)truden zijnd(er) dochter die hij/
heeft behouden vand(er) vors(creven) jouffr(ouwe) g(er)truden zijne(n) wijve moeder/
d(er) vors(creven) ii gebrued(er)s en(de) suster metter mynnen oft rechte sal/
comen gewynne(n) Hier innen versien en(de) ondersproken [Item sullen] dat/
de wettighe kynde(re) d(er) vors(creven) jouffr(ouwe) g(er)trud(en) die zij heeft van g(er)/
gheerde wilen van coudenberghe bliven staen(de) op hair/
recht en(de) actie van hue(re)n gedeelte d(er) erflike goede vorg(eruert)/
Item om der vors(creven) jouffr(ouwe) gertruden vanden vors(creven) xiiii mudd(en)/
rox van jae(re) te jae(re) also lange zij leve(n) sal vand(er) betaling(en)/
v(er)sekert te zijne hebben de vors(creven) twee gebrued(er)s tot eene(n)/
wettigen onderpande gesedt vand(en) goeden vors(creven) met (con)sente/
tshe(re)n vanden gronde de goede h(ier) na bescreven primo de/
helicht vander aa molen gelegen te loven(en) Item vi boend(er)/
lants gelegen opde loe neve(n) den bosch Item vi rijd(er)s erflic/
op de brouwerie geheten de donderbosse jans de coste(re) inde biest
//
strate van welcken onderpande de vors(creven) ii gebrued(er)s d(er) vors(creven)/
hue(re)r suster gelooft hebben altoes genoech te doen wair zij ergerens/
te nauwe gedaen hadden also dat d(er) vors(creven) hue(re)r suster alsoe/
lange sij leve(n) sal genoech sal wesen Met bespreke nochta(n)/
wart dat den vors(creven) ii gebrued(er)s geliefde hue(r) twee gedeelte/
d(er) onderpande vors(creven) te vercopen dat zij dat sullen mogen/
doen bij also dat zij in die stat d(er) selver hue(re)r suster als/
dan vors(creven) de vorg(eruerde) xiiii mudd(en) rox ande(re) goede loflike ond(er)/
pande d(aer) vo gehouden sullen zijn te setten oft hair ande(re)/
goede loflike [vesticheit] te doen dat hair na rechte so lange zij/
leve(n) sal genoech sal wesen cor(am) col(onia) nausnide(re) junii xxiii
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-06-14 by Agata Dierick