SAL7360, Act: R°169.3-V°169.1 (368 of 667)
Search Act
previous | next
Act R°169.3-V°169.1  
Act
Date: 1467-02-08

Transcription

2019-02-01 by myriam bols
Wij borchoven vync scepen(en) te loven(en) doen cont alle(n) liede(n) dat voer ons/
comen zijn in p(ro)pe(re)n p(er)sone jehanne van meerbeke wettighe docht(er) arts/
wilen van meerbeke en(de) jouffr(ouwe) yden berwouts in deen zijde en(de) katlijne/
van meerbeke wettighe sust(er) der vors(creven) jehanne(n) met willem(me) den raet hue(re)n/
wettig(en) man ende mo(m)boir voer hen en(de) heynken van meerbeke wettige/
brued(er) der vors(creven) gesuste(re)n onder sijn daige sijnde den welk(en) de vors(creven) suste(re)n/
gelove(n) te v(er)vaene Ende sijn bij tussce(n)sprek(en) van hue(re)n magen en(de) vrienden/
in alle(n) zijde(n) overcomen en(de) mynlijc v(er)accordeert der pointe(n) en(de) (con)dicien/
nae bescr(even) die zij malcande(re)n geloift heeft voer hen hue(re)n erve(n) ende/
nacomel(ingen) vast en(de) gestentich tonderhoude(n) tot eeuwigen dagen Inden/
yerste(n) dat alle haeflike goede gebleve(n) nae doot der vors(creven) jouffr(ouwe) yden/
der moeder ter stont sal wordde(n) gedeylt in drien geliken deelen en(de) alsoe/
sal yegelijc van hen drien mote(n) bliven dragende tderdel vand(er) schout/
behalve(n) dien dat de vors(creven) ii gesuste(re)n tderdel dat den vors(creven) heynken/
vallen sal selen te gelijke aenveerden en(de) d(air) met soe v(er)re zijn derdel inde/
schout gedragen sal moigen betalen tselve derdel ende oft dese drie/
deele vand(en) vors(creven) haven niet en verstringhden de schout soe hebben zij/
malcande(re)n toegeseecht datme(n) tgebrec van dien ter mynst(er) schaden/
sal verhalen en(de) v(er)reycken aen derve It(em) onder ande(re) wettighe schout/
soe bevi(n)tmen daer vier rijders lijftochte(n) die twee d(air) af ten live/
van oppendorp en(de) dand(er) twee ten live meest(er) vranx van dyeve(n) en(de)/
van dien hebben geloift meest(er) de vors(creven) willem en(de) sijn wijf de twee/
staen(de) op meest(er) vrancken vors(creven) te henw(er)t te neme(n) en(de) de vors(creven) jehanne/
dair af tontlasten Insgelix heeft geloift de vors(creven) jehanne dande(r) twee
//
rijders te huerw(er)t te nemen ende de vors(creven) gehuysscen dair af te/
ontheffen ende soe wes vand(en) vors(creven) iiii rijders gevallen es zelen/
zij gelijc moete(n) betalen Ende es vorweerde oft e(n)nich vande(n) vors(creven)/
liven aflivich wordde(n) dat dan dat den selven drien p(er)sonen hoede/
gelijc te baten comen sal febr(uarii) vii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-06-15 by Xavier Delacourt