SAL7360, Akte: R°170.1-V°170.1 (371 van 667)
Zoek akte
Vorige | Volgende
Akte R°170.1-V°170.1  
Act
Datum: 1467-02-12

Transcriptie

2019-02-01 door myriam bols
Item jouffr(ouwe) magriete vand(en) wouwe(re) dochte(r) claes wilen vand(en) wouwe(re)/
geheeten coel claes weduwe roelofs wilen boxhoren in deen zijde en(de) daneel/
boxhorens brueder des voirs(creven) daneels [roelofs] in dande(re) sijn met malcanderen/
eens wordden ende overcomen voer hen hue(re)n erfgenamen ende nae/
comeling(en) als vanden goeden beruerlijc ende omberuerlijc hoedanich die/
zijn gebleven acht(er) den voirs(creven) wilen roelofve der pointe(n) h(ier) na bescr(even)/
die zij deen dande(r) geloift hebben volcomelijc te doen en(de) wel te/
onderhouden Inden yersten eest ghevorweert dat de vors(creven) jouffr(ouwe)/
van allen den voirs(creven) omberuerlik(en) goeden die den voirs(creven) roelofve/
toebehoirden oft die de selve roelof hielt ten tide alse hij aflivich/
wart te wat plaetsen oft naturen die geleg(en) zijn moegen sal/
blive(n) eene tocht(er)sse om die te gebruyken(e) hue(re)n leefdach lanc op alsoe/
dat zij de huyse ende ande(re) goede sal houden in goeden state van wande/
ende dake ende in rep(ar)acien als eene tocht(er)sse sculdich es te doene/
Behalven alleene dat den vors(creven) daneele ombelet vand(er) vors(creven) jouffr(ouwe)/
van nu voirtane sal volgen den beemt geheel die de selve roeloff/
hielt int loevene(re)nbroec te leene gehoude(n) vande(n) proefst van loven(en)/
behalven oic dat den selven daneele insgelix volgen sullen alle die/
leene die de vors(creven) roelof hielt ende hem verstorven wae(re)n oft/
toecomen van wilen jouffr(ouwe) jehanne(n) van grave(n) die wijf was/
jonck(er) lyebrechts hee(re) te meld(er)t (et)c(etera) Met (con)dicien nochta(n) dat de/
vors(creven) jouffr(ouwe) magriete heffen sal alle de p(ro)fite(n) die tot dese(n) daige/
toe vand(en) vors(creven) leenen gevallen sijn zij sijn gehave(n) van hue(r) oft/
hue(re)n wegen oft noch ond(er) die laten staen(de) ende mits dien sculd(ich)/
zijn te dragen aenden voirs(creven) jonch(e)r(e)n lyebrechte de so(m)me van sevenen/
twintich rijders die den selven jonch(e)r lyebrechte van dien goede(n)/
vallen selen in april en(de) in octobri beyde naestcomen(de) op dat hij/
dan leeft Ende die betali(n)ge gedaen sal de vors(creven) daneel van dan/
voirtane de vors(creven) jouffr(ouwe) en(de) hue(r) goede ontlasten en(de) ontheffen aende(n)/
vors(creven) jonch(e)r lyebrechte vand(en) rinte(n) vors(creven) ende behoudelijc oec/
dat den vors(creven) daneele ombelet vand(er) vors(creven) jouffr(ouwe) soe v(er)re alst/
in hue(r) es volgen sullen de erfgoede en(de) rinte(n) die wilen waren/
henrix vand(er) bruggen geheete(n) metten gelde te leefdale gelegen/
voermaels ghewisselt tegen den vors(creven) roelofve voer zeke(re) p(er)ceele(n)
//
van leengoeden die de selve roelof den vors(creven) henrike dair voe(r)/
overgaf in welk(en) goeden en(de) rinten alsoe gewisselt de voirs(creven)/
daneel gegoidt es Item dat beyde de vors(creven) p(ar)tien te gelike deile(n)/
zullen en(de) aenveerde(n) alle de vliegenderve die de vors(creven) roelof hadde/
ten tide alse hij aflivich w(ar)t ende desselfs roelofs erfgenamen nae/
der weduwe(n) doot sculdich wae(re)n te volgen Dair af de voirscr(even)/
weduwe huer sal v(er)clee(re)n op dats behoift ende daer sal elck/
van hen met sijnd(er) helicht moigen doen zijnen vryen wille tot/
eeuwig(en) daigen Des sullen zij innestaen malcande(re)n en(de) ten/
gelijken laste draghen allet ghene des derfgenamen van des/
vors(creven) roelofs yerste(n) wive van dien souden moigen eysscen/
oft wynne(n) It(em) oftmen bevonde dat tusscen den vors(creven) wilen/
roelofve en(de) jouffr(ouwe) magriete(n) e(n)nige omberuerlike goede waren/
gecreg(en) dat de helicht van dien den vors(creven) daneele en(de) sijne(n)/
erfgenamen nae hue(r) doot volgen sallen It(em) sal de vors(creven)/
weduwe den vors(creven) daneele schadeloes houden en(de) ontheffen/
van dien vijf rijders lijftochte(n) die de vors(creven) roelof sculdich es/
bleve(n) janne boxhoren dair de vors(creven) daneel borghe voir steet/
ende van desen zullen de vors(creven) p(ar)tien malcande(re)n voird(er) alle/
vestich(eit) doen die e(n)nigen van hen soude moegen behoeven ten coste/
vanden gheene(n) die die vestich(eit) sal beghe(re)n al sond(er) argelist cor(am)/
roelofs berghen febr(uarii) xii
Nagekeken doorMi-Je Van Gils
ModeratorMi-Je Van Gils
Laatste update:: 2016-06-15 door Xavier Delacourt