SAL7360, Act: V°217.1-R°218.1 (476 of 662)
Search Act
previous | next
Act V°217.1-R°218.1  
Act
Date: 1467-03-23

Transcription

2019-04-30 by myriam bols
Item claus ende arnt van stakenborch gebruede(re)n sone wilen claus/
ter eender zijden ende gertruyt van stakenborch zuster der vors(creven)/
gebruede(re)n weduwe gheerts wilen van coudenberge met consente/
willen en(de) ten bijsijne van symone van d(air) achter haers tweeste ma(n)s/
ter ande(re) in p(rese)ncia sijn bij middel van hue(re)n vrienden in/
wedersijde genomen eensworden en(de) veraccordeert vanden stoete/
die zij underlingen hebben ghehadt vanden opgaende houte eyken/
popeleren [en(de)] alboemen staende opt derve der vors(creven) p(er)sone [hen] gebleven/
en(de) verstorven na en(de) bijder doot des vors(creven) wilen claus en(de) [van] jouffr(ouwe) g(er)trud(en)/
wilen vanden hove zijne(n) wijve vader en(de) moed(er) d(er) selver p(er)sone/
stakenborchs soe wair die in brabant oft elder gelegen zijn der pointe/
en(de) condicien hier na verclaert die zij voir hemn hue(re)n erven ende/
nacomelingen gelooft hebben te voldoene en(de) tonderhouden Ende ind(en)/
yersten eest vorweerde datmen ter stont alsmen sal connen v(er)copen/
sal alle dopgaende eyken en(de) ten hoeghsten bringen boven den halven/
vadem wijt en(de) datmen die pe(n)ningen d(air) af comen(de) deylen sal te gelike/
tusschen den vors(creven) clause arnde en(de) gertruden om [elc] hue(re)n vryen wille d(air)/
met te doen behalven dat tghedeelte d(er) selver gertruden bekeert/
sal worden inde schout die hair achter liet te betalen de vors(creven) wilen/
gheert van coudenberghe hair man ter tijt als hij sterff en(de) oic om/
d(air) met te betalen des selfs wilen gheerts kercken recht en(de) exequien (et)c(etera)/
in dwelc de vors(creven) claus als momboir van gertruyd(en) dochter der selver/
gertrud(en) zijn consent gedragen heeft Ende alle ande(r) opgaen(de)/
hout uutgescheiden de vors(creven) eyken vanden halven vadem wijt sulle(n)/
den vors(creven) clause en(de) arnde te gelike volgen om hae(re)n vryen wille dair/
met te beke(re)n behoudelic dat totter refectien der goede vors(creven)/
vand(en) vors(creven) eyken die bove(n) den halven vadem wijt zullen zijn/
opde(n) gront zullen blive(n) staende vijfthien eyken Te weten(e)/
opden verschot negen en(de) op dand(er) sesse eyken van noch vande(n)/
archsten noch vanden besten zonder die elders te mogen beke(re)n/
oft vercopen Item es vorweerde dat de voirs(creven) claus innebringe(n)/
sal de helicht van seventhien r(yns) gul(den) die gecomen sijn van/
drie eyken verorbert aen daemmolen te loven(en) en(de) den geheele(n)/
afval van dien behalven datme(n) d(air) af cortten sal wes tselgelt/
de vracht en(de) tghene dat de(n) mutsart en(de) dwijhout dair af heeft/
gecost te maken om die gedeilt te wordden tusschen hen drien/
te gelike Vort es vorweerde dat de vors(creven) g(er)truyt en(de) [symon] hue(r) ma(n)/
oic inne bringen zullen de vijfthien ryns gul(den) als zij v(er)cocht
//
die zij gehaven hebben van janne zoeten uut saken van ix eyken/
die zij hem vand(en) vors(creven) goeden v(er)cocht hebben om die oic tussche(n)/
hen drien tegelike te deylen als voir desgelix sal de vors(creven) claus/
inne bringen alsulken iiii eyken als hij janne beyart v(er)cocht heeft en(de)/
hem noch te leve(re)n sijn tusschen hen drien Item sal de vors(creven) arnt voir/
uuthebben twee eyken noch vand(en) archsten noch vand(en) besten inde/
stat van ii eyken die hij [de vors(creven) claus] den vors(creven) janne beyart gelevert [heeft] en(de) den/
ii eyken die de vors(creven) gertruyt oic heeft gehadt totter refectie(n)/
van hue(re)n goeden Ende in al des vors(creven) steet heeft jannes vand(er)/
eyken die getruwet heeft de moeder der vors(creven) p(er)sone zijn opem/
bair zijn consent gedragen behalven hem zijnder actien ind(en)/
name van zijnen vors(creven) kynde geheten gertruyt dat hij heeft/
vand(er) moeder der vors(creven) kynde(re) om die te volghen op eene(n)/
yegelecx derdendeel en(de) niet voirder naden lantrechte dair/
onder de goede liggen en(de) dat tractaet gemaect tusschen de(n)/
vors(creven) p(ar)tien junii xxiii a(nn)[o] lxv andersins in zijnd(er) macht sal bliven/
roel(ofs) naus(nydere) marcii xxiii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-06-15 by Xavier Delacourt