SAL7360, Act: V°251.5-R°252.1 (545 of 667)
Search Act
previous | next
Act V°251.5-R°252.1  
Act
Date: 1467-04-21

Transcription

2019-05-08 by myriam bols
It(em) vanden questien ende gescillen die opverstaen ende geport sijn/
tusscen jouffr(ouwe) odilien weduwe henrix wilen vilte(re) in deen zijde ende/
jouffr(ouwe) magriete(n) svilt(er)s zust(er) des voirs(creven) wilen henrix weduwe joer(ijs)/
wilen vanden steenweghe in dande(re) om alle der omberuerliker goede/
wille acht(er) bleve(n) nae de doot des voirs(creven) wilen henrix ende hoe v(er)re/
elc vanden vors(creven) p(ar)tien dair inne gericht souden moegen wesen/
hebben hen de selve p(ar)tien bij toedoene ende onderwijse van hue(re)n/
maigen en(de) vrienden gesubmitteert inde eendrechtige uutsprake/
en(de) v(er)eeni(n)ghe vanden goeden ma(n)nen hue(re)n magen en(de) vrienden
//
hier nae genoemt Te weten van cornelise van berghe(n) henrike vilte(re) gerarde/
van baussele en(de) wout(ere)n speelma(n)s in sulker vuegen dat elc vand(en) vors(creven)/
p(ar)tien soe v(er)re het hem behoeve(n) sal moigen die vors(creven) segg(er)s informeren/
sal met alle vestich(eit) voer hem dienen(de) hoe v(er)re hij inde vors(creven) goede/
gericht es met scriftue(re)n levend(er) waerheit oft and(er)s en(de) de voirs(creven)/
segg(er)s sullen hier te loeven(en) v(er)gade(re)n des donderdaichs voer belokenen/
sinxen(en) naestcomen(de) om dan de voirs(creven) gescillen vrintlic en(de) metter mi(n)nen/
te beslichten op dat zij moigen en(de) oft zijse niet verlijken en connen dan/
sullen sij noch xiiii nacht d(air) nae hebben om hen vand(er) natue(re)n ende/
rechte der vors(creven) kijfgoede naerd(er) te informe(re)n ofts behoift en(de) dan d(air)en/
bynne(n) hue(r) uutsprake te doene Promitt(entes) rat(um) met vuegen oft e(n)nich/
der vors(creven) segge(re)n gebrake dat hij bij ontschoude tott(er) saken niet verstaen/
en conste dat p(ar)tien altijt inde stat van alsulke(n) eene(n) oft meer ande(re)/
gelijke p(er)sone eendrechtichlijc sulle(n) moige(n) neme(n) Hebben voirt beide/
de vors(creven) p(ar)tien geloift dat zij ten vors(creven) daige te huer(er) eedt bringen/
zelen voe(r) de vors(creven) segge(re)n alle brieve ende ande(re) munime(n)ten die/
zij hebben oft onder hen weten vand(en) vors(creven) goeden om die dan geleecht/
te werdden in sequestre te gelegend(er) plaetsen en(de) elken van hen die/
voirtaen te gebruyken op caucie om sijn richt inde vors(creven) goede/
met richte te gec(ri)gen en(de) te verwe(r)en Met vuegen en(de) condicien/
voirt dat die vors(creven) jouffr(ouwe) odilie trecken sal de helicht vanden/
p(ro)fite(n) vand(en) leengoeden verschene(n) zeder huers mans doot ende/
hue(r) wed(er)p(ar)tie dander helicht ende vanden chijs goeden sal sij/
voirtaen trecken de p(ro)fiten geheel bij also nochta(n) oftme(n) bevo(n)de/
mett(er) mynne(n) oft metten rechte dat huer myn deels oft p(ro)fijts/
vand(en) selven goeden toebehoirde dat zij h(ier) trect en(de) trecken sal/
dat sij dat huer(er) vors(creven) wed(er)p(ar)tien restitue(re)n sal quol(ibet) ass(ecutu)[m] naus(nydere)/
vync ap(ri)lis xxi
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-06-15 by Xavier Delacourt