SAL7360, Act: V°267.5 (573 of 661)
Search Act
previous | next
Act V°267.5  
Act
Date: 1467-05-02

Transcription

2019-05-21 by myriam bols
It(em) lodewijc horeloze poirte(r) d(er) stad van loeven(en) woenen(de) te loemel/
die op hede(n) hadde doen besc(ri)ven de(n) scouth(eit) va(n) kempelant zijne(n)/
stedehoude(r) ende willem sand(er)s die henric de molde(re) diemen des/
voirs(creven) lod(ewijcx) gehacht ende gevange(n) hadden oft doen vanghe(n) om/
dat de selve henric met zijne(n) meester aenveert hadde(n) zeker/
houtt en(de) hande dair aen geslagen dwelc onse poirte(r) seyde he(m)/
toebehoirende Aldair gheen vande(n) p(ar)tien come(n) en is heeft/
hem als de ghene die zijne(n) diene(r) in dese(n) begh(er)t te v(er)antwerde(n)/
te rechte gep(rese)nteert cor(am) scab(inis) in sca(m)pno s(ecund)[a] maii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-06-15 by Xavier Delacourt