SAL7360, Act: V°304.3-R°305.1 (655 of 667)
Search Act
previous | next
Act V°304.3-R°305.1  
Act
Date: 1467-06-16

Transcription

2019-06-21 by myriam bols
Item willem scilt doerweerde(r) vander raetcame(re)n van brabant in p(rese)ncia/
heeft gekint ontfangen te hebben van lodewijcke pynnock meye(r) te/
loeven(en) veertich gulden(en) leeuwe in goude eene(n)twintich w(ille)l(mu)s scilde/
in goude veerthien gulden pet(er)s in goude en(de) vier gulden cronen/
in goude ende die heeft die selve willem geloeft te vue(re)n in hande(n)/
her h(en)rick magnus ridder raet m(ijns) gened(ichs) he(re)n ende stadhelde(r) van/
sijne(n) leenen van brabant om des appointements wille voirmaels
//
gedaen bijden rade van brabant Daer mede uuytgesproken/
is dat de voirs(creven) meye(r) bringen soude in handen vanden grieffier/
vander raetscame(re)n van brabant alsulken pe(n)ningen als hij voe(r) buillon/
voirmaels h(ier) in ende omtrent der stadt van loeven(en) diversen p(er)sone(n)/
afgenomen heeft mids eenen gebode doen van ons voirs(creven) gened(ichs)/
hee(re)n wegen gedaen vanden loep vanden ghelde Ende dat de/
selve her henrick d(air)af niet scheyden en soude gheenssins de/
voirs(creven) lodewijck de meye(r) en soude voir zijn int(er)est bijden voirs(creven)/
rade van brabant zijn gehoirt cor(am) nausnyde(re) vynck junii xv
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-06-22 by Xavier Delacourt