SAL7361, Act: R°133.1 (281 of 503)
Search Act
previous | next
Act R°133.1  
Act
Date: 1468-01-29

Transcription

2019-08-09 by myriam bols
Item also als ghijsbrecht de welde juwelier te bruessel en(de) ghijsbrecht vand(er)/
schueren goutsmet en(de) juwelier van ghint zoe bij hen selven zoe/
bij hue(re)n procur(eur) met rastemente vortgevae(re)n wa(r)en en(de) hue(r) dagen/
van rechte dair op gevolght hadden inde banc alhier over de/
geheele goede gebleven nade doot dierix wilen van thuyle juwelir/
voir de wettige sculden die de selve wilen dieric hem sculdich/
was bleven en(de) niemant voir ogen en quam die de vors(creven) goede/
hem pijnde te verantweerden Soe hebben de selve dieric ghisbrechte/
de welde en(de) ghijsbrecht vander schue(re)n achtervolgen(de) den vo(n)nisse/
van scepen(en) van loven(en) hier op gegeven hue(re)n eedt ten heylige(n)/
gedaen van hue(re)n gebreken vors(creven) en(de) heeft de vors(creven) ghijsbrecht/
de welde gesworen dat hem de vors(creven) wilen dieric doen/
hij leefde sculdich was en(de) sculdich bleef als hij sterff drie/
guld(en) rijd(er)s seven stuv(er)s en(de) eene(n) halven En(de) de vorscreven/
ghijsbrecht vand(er) schue(re)n dede insgelix zijne(n) eedt op een/
pont seventhien scellinge en(de) thien pe(n)ningen al vleemsch gelt/
P(rese)ntibus roel(ants) ouderogge januarii xxix
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-07-12 by Jos Jonckheer