SAL7361, Act: R°170.1 (355 of 504)
Search Act
previous | next
Act R°170.1  
Act
Date: 1468-03-22

Transcription

2019-08-16 by myriam bols
It(em) jouffr(ouwe) alijt van beringen heeft gelooft henr(icke) doy vleeschouwe(r)/
te bruessel xiiii r(ijnse) guld(en) te xx st(uvers) stuc myn iiii stuv(er)s te weten/
drie r(ijnse) gulden(en) d(air) af op den dach van heden twee r(ijnse) guld(en) d(air) af/
te sinxen(en) naestcomende ii r(ijnse) gulden(en) d(air) af tsint jans(mis)s[e] [kersmisse] d(air) na ii/
r(ijnse) guld(en) tsint jans(mis)s[e] d(air) na ende alsoe voirt alle halve jare ii r(ijnse) g(ulden)/
dair af tot al volbetaelt sal zijn It(em) de voirs(creven) jouff(rouwe) heeft gecleert/
hoe dat hue(r) sculd(ich) is i vr(ouwen)p(er)soen gehete(n) lijsb(etten) wettige dochter/
lambrecht sbeckers woenen(de) tantwerpen xi crone(n) die in raste/
mente gedaen zijn bij de(n) voirs(creven) henr(icke) ende soe wes de selve henr(ick)/
dair af gecrigen sal conne(n) heeft de voirs(creven) jouffr(ouwe) alijt ov(er)gegeve(n)/
dat henric die ontfaen sal in afcortingen der so(m)men voirs(creven)/
cor(am) hoeve(n) burg(imagistro) m(ar)cii xxii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-07-19 by Jos Jonckheer