SAL7361, Act: R°60.1-V°60.1 (130 of 504)
Search Act
previous | next
Act R°60.1-V°60.1  
Act
Date: 1467-09-22

Transcription

2019-07-18 by myriam bols
Het zijn comen ter questien voe(r) den rade vander stadt gielijs de/
rode na(tuer)lijck sone her gielijs wile(n) de rode canonincx d(er) kerke(n) va(n)/
sinte pet(er)s te loven(en) in deen zijde ende gielijs de rode zijn neve/
sone jans de rode brueder vanden voirs(creven) wijle(n) h(er) giel(ijs) in dandere/
oirspronck nemende uuyte(n) comp(ro)misse voire scepen(en) van loven(en) gepass(er)t/
decima augusti lestleden tusschen den voirs(creven) gielijse na(tuer)lijck in deen/
zijde ende den voirs(creven) gielijse de(n) rode met janne zijne(n) vader/
ende janne zijne(n) brueder in dande(re) Bij welken comp(ro)misse van/
hen der stadt geswoe(re)n meesters ende wercliede genome(n) wa(r)en/
onv(er)scheyden om te palen ende te scheyden huerder beyder erve/
neven een geleg(en) inde mu(n)tstrate achter neven de(n) uuytganck/
vanden huyse des voirs(creven) gielijs na(tuer)lijcx geleg(en) bove(n) inde cattest(ra)te/
dair uuyt dat de selve stadmeest(er)s inder sake(n) soe verre waren/
geprocedeert dat zij opden gront der voirs(creven) goede v(er)gadert hebbe(n)/
geweest ende hadden daer verhoirt opde scheydinge die de oud(er)s/
ende ande(re) goede ma(n)ne die vander sake(n) te spreke(n) wiste(n) bij eede/
als dat behoirde ende voirt nae duytwise(n) vander plaetse(n) w(aer)heit/
der plaetse(n) getekent met stecken en(de) maten genome(n) dair die/
scheyden souden Dwelc de voirs(creven) gielijs janssone hem voir de stad pijnde/
te wederleggen ende seyde want de eerwerdige he(re) dabt van p(er)cke/
van deser saken ende tusscen dese p(ar)tien een uutsprake arbitrael hadde/
gedaen dair op tvoirs(creven) compromis oec is gefondeert begripende dat/
vercleert soude zijn de staet dair de goede in stonden opden dach dat/
de voirs(creven) gielijs natuerlijc zijn huwelijc dede dat de getuge(n) soude(n)/
moeten precise spreken van dien daghe ende niet van voe(r) oft nae/
Ende de voirs(creven) gielijs natuerlijc hoopte dat de waerheit bijden meest(er)s/
verhoert sulc ware dat hem genoech soude zijn al en hadden/
zij den nameliken dach niet onthouden oft genoemt mer hadde(n)/
cleer gedeponeert hue(r) conde van voe(r) en(de) na zijne(n) huwelic en(de) alsoe/
dat hem dat billiken genoech soude wesen Hier op worden bijder/
stad rade verhoirt tvoirs(creven) compromis ende oec de selve stadmeest(er)s/
die openbaerlijc vercleerden des hem de voirs(creven) gielijs na(tuer)lic hadde/
vermeten voir hen betuycht te zijn ende darentynden werdt van/
rechts wegen bijder stad overdragen datmen navolgende den/
voirs(creven) (com)promisse inder voirs(creven) saken ten ynde uut soude voirtgaen ende/
werdt alsoe den selven meesters bevolen acht(er)volgende den voirs(creven)/
compromisse metter voirs(creven) palingen tussce(n) de voirs(creven) p(ar)tien voirt te
//
varen [niet jege(n)staen(de) dat de(n) tijt va(n)d(en) (com)p(ro)misse geexpireert is] alsoe zij bevinden souden dat behoirde nade waerheit die zij/
verhoirt hadden ende de palen ende teken(en) alsoe setten dat p(ar)tie(n)/
in tiden toecomende dair mede verwaert mochten wesen P(rese)nt(ibus)/
lyemingen hoeven burg(imagistris) et plurib(us) aliis sept(embris) xxii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-07-05 by Jos Jonckheer