SAL7361, Act: V°166.3-R°167.1 (347 of 504)
Search Act
previous | next
Act V°166.3-R°167.1  
Act
Date: 1468-03-19

Transcription

2019-08-16 by myriam bols
Tvo(n)nisse vanden gedinghe voir meye(r) en(de) scepen(en) van loeven(en) hangen(de)/
tusscen janne cleynarts sone wijlen arts die mits eene(n) lijftocht brieve/
van sesse rijders lijfpen(sien) staende ten live he(re)n machiels absoloens/
rijders ende die de selve her machiel hem overgegev(en) heeft om d(air)/
mede te v(er)reycke(n) aende goede jans wilen spoelberchs drientsestich/
rijders eens naeder stat recht va(n) loven(en) come(n) en(de) beleidt es tot/
allen den goeden have en(de) erve des selfs wilen jans spoelberchs/
in deen zijde ende henricke vanden hove die getrouwet heeft die/
wettighe docht(er) des vors(creven) wilen spoelberchs in dande(re) Daer de/
vors(creven) jan cleynart den selve(n) henricke aensprac seggen(de) dat de/
selve spoelberch in sijnder tijt getrouwt hadde een vrouwen/
p(er)soen geheete(n) lijsbeth varema(n)s die tsamen hadde(n) een wettige/
docht(er) geheete(n) lijsbeth die getrouwt heeft den vors(creven) verweerde(r)/
en(de) dat nae doode des vors(creven) spoelberchs zijn weduwe bleef sitten(de)/
in sijn have en(de) die aenveerde en(de) dat nae de doot van hue(r) de/
vors(creven) vanden hove ende sijn wijf huer(er) beider wettige dochter/
de have nae der moeder bliven(de) oic als oir en(de) erfgename aenveert
//
hadden welke pointe(n) de vors(creven) cleynart boot te thoene(n) hopen(de)/
oft hijse gethoenen conste dat de vors(creven) verweerde(r) gehouden soude/
zijn hem vand(en) vors(creven) sijnen scepen(en) brieve(n) te voldoene Dair op/
de selve vanden hove hem v(er)antweerden(de) hoopte der aenspraken/
ongehouden te sijne bij diversen reden(en) die hij alligeerde en(de) onder/
den ande(re)n dat nae doot des vors(creven) spoelberchs jaspar wile(n) absoloe(n)s/
en(de) nae hem her jan van ranshe(m) ridde(r) sijn behuwede sone met beleide/
van scepen(en) brieve(n) van loven(en) alle de goede des selfs spoelberchs/
hadden getogen ende die aenveert voer de wettige schout die/
de selve spoelberch den vors(creven) wilen jaspar sculdich bleve(n) was/
Ende hier op wordden p(ar)tien in wederssijde van hue(re)n feyten en(de)/
v(er)meeten gewijst tot hue(re)n thoenisse dair ten daige tot dien/
gesedt de vors(creven) jan cleynarts sijns v(er)meets volqua(m) ende alsoe/
was gewijst met vo(n)nisse van scepen(en) van loven(en) ten uut(er)sten/
nae aensprake v(er)antweerden en(de) thoenisse van beiden p(ar)tien/
dat de vors(creven) henric vanden hove gehouden sijn soude den vors(creven)/
janne cleynart van sijnen scepen(en) brieve(n) te voldoene ter ter/
minacien vander stat cor(am) scabinis in sca(m)pno m(ar)cii xix
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-07-19 by Jos Jonckheer