SAL7365, Act: R°174.1-V°174.1 (329 of 553)
Search Act
previous | next
Act R°174.1-V°174.1  
Act
Date: 1472-01-28

Transcription

2020-07-24 by Karel Embrechts
Navolgen(de) der submissien gesciet opde(n) xiiii dach van januar(io) lestled(en)/
tussce(n) de weduwe henrix wijlen vand(er) elst ter eenre en(de) wout(ere)n van/
buetscore als p(ro)cur(eur) joncfr(ouwen) lijsbette(n) zijnd(er) moeder ter ande(re) hebben/
(christ)ia(n)en vanden bogarde als zegge(r) vand(er) vors(creven) weduwe(n) vand(er) elst/
inde stat van joese de pape gecoren zoe de selve (christ)iaen wout(er) va(n)/
buetscore en(de) gord hanckart bekinde(n) ende mette(n) vors(creven) (christ)iane de/
vors(creven) goird hanckart als segge(r) inde vors(creven) submissie genoemt op/
des vors(creven) wout(er)s sijde hue(r) eendrechte uutsprake gedaen inder/
manie(re)n h(ier) na v(er)claert Te weten dat de vors(creven) weduwe vand(er)/
elst binne(n) eene(n) halven jae(re) naistcomen(de) voir allet ghene des zij/
d(air) af zij inde(n) vors(creven) wout(ere)n oft zijnd(er) moeder gehoude(n) mach sijn/
totte(n) daige toe van heden uut saken van montcosten die de selve/
weduwe vand(er) elst to gehadt mach hebben ten huyse der vors(creven) joncfr(ouwen)/
van buetscore in e(n)niger ind(er) levend(er) tijt des vors(creven) henrix vand(er)/
elst oft oic d(air) nae en(de) voirt voir al tgene des de selve weduwe/
vand(er) elst [oft henric huer man] and(er)ssins te henw(er)t gehoude(n) moghe(n) sijn in e(n)nig(er) manie(re)n/
totte(n) daige toe van heden ghevende en betalen sal den selven/
wout(ere)n van buetscore acht guld(en) rijders [eens] Oft neen wair zij des/
niet en dade en(de) desen t(er)mijn liet overgaen dat zij dan dien dach/
ombetaelt overleden zijnde den selve(n) woute(re)n behoirlic goeden en(de)/
loflic vestigen sal tot huers selfs coste en(de) alsoe dat hij na recht d(air)/
mede verwaert zij in alsulk(en) stuck soe beemps soe wouw(er)s [als] geleg(en)/
es te meenssele acht(er) des selfs wout(er)s hofdure tussce(n) houden(de) tsame(n)/
omtri(n)t (½) dach(mael) tussce(n) de goede desselfs wout(er)s t(er) eenre sijde(n) der/
erfgename(n) des vors(creven) wijle(n) henrix vand(er) elst t(er) ande(re) willems/
ty(m)merma(n)s ter derd(er) en(de) de strate ald(air) ter vierd(er) zijde(n) ende alsdan/
in dien gegvalle Ende insgelix oic in alsulken tderdel van eene(n)/
beempde geheete(n) poelmans beemt geleg(en) te meenssele vors(creven)/
d(air) af gheert van compenrode en(de) wout(er) van buetscore voirs(creven) de twee/
ande(r) derdendele houden(de) zijn tussce(n) tpantput velt ter end(er)/
zijde(n) de strate t(er) ande(re) en(de) g(er)ts van compenrode vors(creven) t(er) derder zijde(n)/
ende alsdan op alsulke(n) chijs als nu d(air) uut gaet en(de) gelic dat nu t(er)tijt/
ald(air) leecht ende in dien gevalle soude(n) de vors(creven) viii rijd(ers) mits/
des(er) gueding(en) en(de) vestich(eit) te nyeute sijn Ende h(ier) mede sijn
//
p(ar)tien met malcande(re)n beslicht van alle(n) gescille(n) coste(n) eysscen/
en(de) aensprak(en) die sij tot malcand(ere)n te segg(en) oft teyssce(n) mochte(n)/
hebbe(n) ende hebbe(n) quijtgescouwe(n) [deen dande(r) voirtaen ongemoeyt laten] van al tgeene des zij and(er)s/
tot malcand(ere)n te segge(n) mochte(n) hebbe(n) oft tot de(n) vors(creven) wijle(n)/
henr(icke) vand(er) elst in e(n)nig(er) manie(re)n cor(am) dor(ma)le maes januar(ii)/
xxviii
Contributorskristiaan magnus
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-07-26 by Xavier Delacourt