SAL7366, Act: R°53.1-R°54.1 (112 of 598)
Search Act
previous | next
Act R°53.1-R°54.1  
Act
Date: 1472-09-24

Transcription

2020-03-16 by Claire Dejaeger
Het zijn comen te rechte voir meye(r) en(de) scepen(en) van loven(e)/
gielijs rogge woenen(de) opde biest als aenlegghe(r) teghen janne fyen/
v(er)weerde(r) ende met hem henr(ick) van lynthe(r) Seggende de selve gielijs/
hoe dat jan vanden borchoven houdende ende heffende wae(r) jairlijx/
ende erflijcx drie amen wijns ende een sanghe van eender elle(n)/
lanck op seke(re) goede te weten(e) op een stuck wijng(ar)ts geleg(en)/
inde calchove(n)strate tusschen de goede symoens edelhee(re) ende/
de weduwe geheete(n) baerts It(em) noch op een hoefken ald(aer)naest/
geleg(en) neve(n) de gemeyn poerte teghen de persse vrancx/
willem(air)s desgelijx oick op xviii roede(n) wijng(ar)ts gelege(n) bijde/
voirs(creven) goede en(de) bijde goede meesterjans va(n) beringe(n) op deen zijde/
en(de) claes bone op dande(re) Welcke(n) pacht de voirs(creven) jan vanden/
borchove(n) hielt met scepen(en) brieve(n) van loven(e) Seggende voirt/
dat de voirs(creven) henr(ick) va(n) lynthe(r) vande(n) voirs(creven) goede(n) hielt ende/
besat acht roede(n) en(de) de voirs(creven) jan fyen vii(½) met gad(er)s den/
hoefken(e) en(de) den voirs(creven) xviii roede(n) en(de) dat jan reymaer de voirs(creven)/
xviii roede(n) wijng(ar)ts die nu de voirs(creven) jan fyen besitten(de) es gegoet/
heeft op (½) ame wijns de(n) voirs(creven) ja(n)ne vande(n) borchove(n) te betalen(e)/
in afslage en(de) cortinge(n) vande(n) voirs(creven) drie amen wijns Ende dat/
de voirs(creven) gielijs gep(rese)nteert hadde den voirs(creven) ja(n)ne fyen doe(n)/
willem van leele gedaicht hadde va(n) wegen(e) des voirscr(even)/
jans vande(n) borchove(n) en(de) zijnre medeplege(re)n en(de) die voirs(creven)/
gielijs de(n) gheheyschte(n) pacht met coste ende co(m)me(r) vand(en)/
voirs(creven) dageme(n)te betaelt hadde mids den dageme(n)te op zijn/
pande geschiet woude de voirs(creven) jan opleggen de(n) voirscr(even)/
gielijs zijn aengedeelte vande(n) pachte nae lingde en(de) breyde/
der voirscr(even) goede int geheel mette(n) coste en(de) co(m)me(r) dat hij/
dan cesse(re)n soude van voirts te dagen(e) Dwelc al gesciede alsoe/
hij seyde eer hij opde(n) gront des voirs(creven) jans fyen begonste te/
dagen(e) P(rese)nterende de voirs(creven) pointen ende articule(n) hem dienen(de)/
tot zijne(n) rechte te thoene(n) hopen(de) waer hij die gethoenen conste/
dat hem de voirs(creven) jan sculdich sal soude zijn op te leggen zijn/
aengedeelte vande(n) pachte vande(n) xv(½) roede(n) hoefken(e) ende xviii/
roeden met coste ende co(m)me(r) die hij d(aer)om gheleden hadde
//
Dairop de voirs(creven) jan fyen hem v(er)antwerden(de) dede segge(n) dat/
de voirs(creven) gielijs rogghe met zijne(n) versueke oft eyssche v(er)doelt/
wae(r) bij div(er)sen reden(en) van hem gealligeert Ende bezundert want/
ten tijde doen de voirs(creven) gielijs voe(r) hem nam dat de voirscr(even)/
wille(m) van leele gedaecht soude hebbe(n) va(n) wege(n) vande(n) borch(oven)/
jan fyen en(de) de voirs(creven) henr(ick) van lynthe(r) en(de) met hen jan/
wetwale en(de) aert keyenoeghe ghinghe(n) ten huyse des/
voirs(creven) jans vande(n) borchove(n) om de conde te doene vand(en) setting(e)/
van drie r(insche) gulden(en) bij hen gesedt voir tvoldoe(n) van hueren/
aengedeelte der voirs(creven) drie amen wijns gelijck dat dat/
get(er)mineert was bijder stadt int jaer van lxxi nove(m)br(is) vi[ta]/
en(de) dat gesciede voe(r) tdageme(n)t des voirs(creven) jans vanden/
borchove(n) Welken navolgen(de) alnoch de voirs(creven) willem als/
procur(eur) der voirs(creven) vanden borchove(n) gedaecht heeft van/
wegen der selver voe(r) den voirscr(even) wijnpacht aldaer/
de voirs(creven) gielijs dat geschut mocht hebben ter presencie(n)/
des voirs(creven) jans fyen die deen teghen den ande(re)n/
doen t(er) tijt in questien vielen Mids welke(n) gescille/
de scepen(en) ende goede ma(n)ne aldaer zijnde souden/
partien te gane bijder wet dat alsoe bijde(n) selve(n)/
gheachtervolcht wert Ald(aer) de voirs(creven) jan fyen en(de)/
henrick va(n) lynthe(r) onder scepen(en) setten alnoch twee/
rinsche gulden(en) gedragen(de) vijf rinsche gulden(en) mette(n)/
voirscr(even) drie rinsche gulden(en) vo(r)e gesedt Om daer/
aen te nemen daengedeelte van hue(re)n pachte/
dwelc al gesciede met behoirlijcker conden den/
voirscreven(en) gielijse ghedaen ende eer zij van/
desselfs gielijs weghen opde pande daghen/
ghinghen desen nochtans niet tegenstaende/
ghinck de voirs(creven) gielijs daghen opdes voirs(creven) jans/
fyen en(de) henr(icx) van lyntre aengedeelte aldaer de
//
voirs(creven) jan fyen op dyerste wachte(n) tvoirs(creven) dageme(n)t scutten/
alsoe hij wel moeste om zijn erve te behoude(n) en(de) na dien/
te rechte come(n) zij(n) en(de) de voirs(creven) henr(ic) va(n) lynthe(r) ten ii[ten]/
dagemente d(aer)nae insgelix oic schutte en(de) alsoe oic o(m)me/
te rechte come(n) Seggen(de) finalijc en(de) ten slote dat de/
voirs(creven) gielijs rogge va(n) roelofve haveloes inde pande bij/
he(m) besete(n) d(aer) questie om is en(de) bijden voirs(creven) gielijse genoe(m)pt/
met rechte d(aer)toe niet come(n) en wa(r)e Mids de(n) welke(n)/
al waert al waer hij niet sculdich en wa(r)e geadmittert/
te werde(n) gedragen(de) hem des totte(n) rechte hopen(de) dat hij/
ne(m)mermeer en soude co(n)nen bethoene(n) dat de voirs(creven) vande(n)/
borchove(n) e(n)nige bezunderde pande bijde(n) voirs(creven) ja(n)ne ende/
he(n)r(icke) besete(n) cle(re)n sal dan voird(er) dan xv roede(n) d(aer)af de selve/
jan de vii(½) besit en(de) he(n)r(ick) de viii sonde(r) meer Hopen(de) waer/
hij de voirs(creven) bijghelegdet? pointe(n) gethoene(n) can dat hij der/
aensprake(n) des voirs(creven) gielijs ongehoude(n) soude zij(n) En(de) wa(n)t/
de voirs(creven) gielijs nade(n) dage va(n) thoene(n) bijde(n) voirs(creven) scepen(en) p(ar)tie(n)/
gesedt zijne v(er)mets niet en volquam Soe wijsde(n) de/
de voirs(creven) he(re)n scepen(en) ter manissen tsmeyers voir een vo(n)nisse/
dat de voirscr(even) gielijs rogge met zijne(n) v(er)volge v(er)doelt/
es opde voirs(creven) goede en(de) ond(er)pande des voirs(creven) jans/
fyen d(aer) de questie af is alsoe v(er)re alst noch voir/
scepen(en) come(n) was In sca(m)pno septembr(is) xxiiii
ContributorsGreet Stevens , Jos Jonckheer
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-07-27 by Xavier Delacourt