SAL7366, Act: V°33.3-R°34.1 (73 of 598)
Search Act
previous | next
Act V°33.3-R°34.1  
Act
Date: 1472-08-18

Transcription

2019-01-28 by Claire Dejaeger
Het zijn comen in rechte voir meye(r) en(de) scepen(en) van loeven(en) inde banc/
lodewijc mercx die als eenich sone henrix wijlen mercx zijns/
vaders geleit es met scepen(en) brieve(n) van loeven(en) overlanc tot/
allen den goeden have en(de) erve henr(ix) wijlen cloet als aenlegge(re) in/
deen zijde Ende digne lodewijcs die met hue(re)n natuerliken kinderen/
die zij behouden heeft vanden voirs(creven) wijlen henr(ix) mercx nae der stat/
recht van loeven(en) beleit es tot allen den haeflik(en) goede(n) des voirs(creven) wijlen/
henr(ix) mercx voir wettige scult die hue(r) de vors(creven) wijlen henrick/
sculdich was bleve(n) dragen(de) ter so(m)men van vijftich rijders die zij/
and(er)wijlen met hue(re)r eedt gev(er)ificeert hadde en(de) noch p(rese)nteerde te/
v(er)ifice(re)n ter ande(re) Aldair de voirs(creven) lodewijck tot sijne(n) voirs(creven) beleide/
dwelc hij auctoriseerde in dien dat hij p(rese)nteerde te bewijsen ende/
te doen bliken hoe hij eene(n) tijt van jae(re)n voir de(n) voirs(creven) wijlen/
henr(icke) cloet betaelt hadde en(de) noch dagelijcs als borge betalen/
moeste drie pet(er)s lijfpen(sien) inden rechte dede lesen eene cedulle van/
diversen haeflik(en) en(de) beruerlik(en) goeden dier vele p(ar)tien was en(de)/
was die voirs(creven) cedulle gea(n)noteert bove(n) in m(ar)gine dat zijn die
//
beruerlike goede die henric cloet ten huyse henrix mercx gesedt heeft/
seggen(de) en(de) aenspreken(de) die selve haeflike goede metten voirs(creven) zijnen/
beleide en(de) totten voldoene vand(en) voirs(creven) zijnen gebreken Ende dat die/
voirs(creven) digne die aenveert hadde nae doot henrix mercx zijns/
vaders ende te huerw(er)t getogen Conclude(re)nde dat de selve digne/
die bringen zoude voir oogen en(de) totten rechte te hue(re)r eedt Dair/
op de selve digne huer v(er)antweerden(de) seyde dat een ydel aensp(ra)ke/
ware en(de) allig(eer)de diverse reden(en) bijden welken zij meynde der aensprak(en)/
ongehouden te sijne Ende zoe wart gewijst bij den he(re)n scepen(en)/
van loeven(en) ter maniss(en) smeyers nae aensprake en(de) v(er)antweerd(en)/
van beiden p(ar)tien dat de voirs(creven) digne vand(en) voirs(creven) aenspraken
//
ongehouden bliven sal cor(am) o(mn)ib(us) scabinis dempto pynnoc aug(usti)/
xviii
ContributorsGreet Stevens
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-07-27 by Xavier Delacourt