SAL7366, Act: V°41.3-R°42.1 (88 of 598)
Search Act
previous | next
Act V°41.3-R°42.1  
Act
Date: 1472-08-27

Transcription

2019-04-13 by Claire Dejaeger
Item vanden gedinghe dat geweest is inde banc voir meye(r)/
en(de) scepen(en) van loven(en) tusschen gertruden vanden driessche/
ter eend(er) zijden en(de) woute(re)n van breetzijp ter ande(re) Alse/
van eend(er) coyen die de voirs(creven) gertruyt vercocht hadde/
den voirs(creven) woute(re)n voir vier clinckarts en(de) vijf stuvers die/
hij hair gelooft hadde te betalen ter stont na dat hij de selve/
coye vercocht soude hebben dair af dat zij hem den eedt/
deylde te gheven oft te nemen p(rese)nterende vort te thoene(n)/
dat de selve coye bijden voirs(creven) woute(re)n vercocht was des/
leden is omtrent een jair hopen(de) wair de voirs(creven) jan/
den eedt niet aen en nympt en(de) zij dien selve nympt dede/
dat hij dan gehouden soude zijn hue(re)n eysch gelijc vors(creven)/
steet op te leggen en(de) te betalen Op dwelc de voirs(creven)/
wout(er) hem verantweerde ontkinde de voirs(creven) scult en(de) den/
coep aennemen(de) den voirs(creven) eedt en(de) ten dage van rechte/
dair toe gestelt noch oic ten naesten vervolgen(de) dage/
de voirs(creven) wout(er) niet en compareerde mits welcken verstrike/
de scepen(en) gemaent wijsden datmen den voirs(creven) woute(re)n
//
op een nyeuwe dach doen zoude dwelc dair na bijden/
vorste(r) geclaert wart gesciet te zijne wart gewijst ten uut(er)ste(n)/
bijden scepen(en) van loven(en) ter manessen smeyers wair de vors(creven)/
wouter niet en quame en(de) den eedt navolgen(de) zijnen aen/
nemen ten opstane smeyers en(de) der scepen(en) wair de/
vors(creven) wouter en dade dat hij dan der voirs(creven) gertrude(n)/
gehouden zijn soude hue(re)n vors(creven) eysch te voldoene/
p(rese)ntibus roel(ants) opp(endorp) canverson heykens aug(usti) xxvii
ContributorsGreet Stevens
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-07-27 by Xavier Delacourt