SAL7368, Act: R°219.3-V°219.1 (470 of 737)
Search Act
previous | next
Act R°219.3-V°219.1  
Act
Date: 1475-03-01

Transcription

2021-04-08 by helga peeters
It(em) de voirs(creven) her lodewijck en(de) vranck zijn oem die/
bijde(n) officiael van ludick te loven(e) en(de) met zijne(n) decrete/
gegeve(n) [dec(embris) xxiiii lestled(en)] curateurs gestelt zij(n) vande(n) natuerlike(n) kinde(re)n/
des voirs(creven) he(re)n lod(ewijx) en(de) alsoe gemechtich zijn [de wett(ige) sculde(n) die lod(ewijck) wile(n) willem(air) des voirs(creven) he(re)n lod(ewijx) vader sculd(ich) bleve(n) es te betale(n) va(n)d(en) goede(n) na en(de) va(n) he(m) gebleve(n) die hij den voirs(creven) natuerlike(n) kinde(re)n met zijne(n) testa(men)[te] gemaict hadde ende rek(enin)[ge] dairaf te doene] in p(rese)ncia/
hebbe(n) gekint en(de) gelijdt en(de) gecleert va(n) alsulke(n) acht pet(er)s/
te xviii st(uvers) tstuck d(air)mede de voirs(creven) h(er) lodewijck een der/
cu(r)ateurs henr(ix) zeels v(er)nuecht en(de) betaelt heeft die acht/
pet(er)s die de voirs(creven) wile(n) lod(ewijck) willem(air) in zijne(n) leven(e) wett(ich)/
met scep(enen) br(ieven) va(n) loven(e) vand(er) daet xiiii[c] lxix no(vem)[br(is)] xi/
sculd(ich) was en(de) ter tijt va(n) zijnder aflivich(eit) dueglijck sculd(ich)/
bleef de(n) selve(n) henr(icke) zeels dat die gecome(n) en(de) genome(n)/
zijn vande(n) xx pet(er)s die de wed(uwe) cornelijs wile(n) coelne(re)/
sculdich en(de) belanck was va(n) eene(n) vie(re)ndeel wijng(ar)ts onder/
de(n) voirs(creven) testame(n)te begrepe(n) gelege(n) op tstuypers wijlen/
toebehoiren(de) den voirs(creven) lod(ewijcke) tussche(n) de goede jans samps/
en(de) willems va(n) haesdonck welc vie(re)ndeel wijng(ar)ts
//
ten hoochsten metter berrender keersen navolgen(de) den/
voirs(creven) decrete(n) om de wettige sculde(n) des voirs(creven) lod(ewijx) d(air)/
mede te betale(n) v(er)cocht zijnde bijde(n) voirs(creven) he(re)n lod(ewijcke) en(de) vra(n)cke(n)/
willem(air) zijne(n) oem als curateurs voirs(creven) bleve(n) es der/
voirs(creven) wed(uwe) coelners voe(r) de voirs(creven) so(m)me va(n) xx pet(er)s als/
d(er) gheene die d(aer) meest om boodt kynnen(de) en(de) lijden(de)/
voirts dat de voirs(creven) wed(uwe) in afslage vande(n) voirs(creven) xx/
pet(er)s noch betaelt heeft alsulke(n) twee pet(er)s alse de voirs(creven)/
lod(ewijck) in zijne(n) leven(e) mychiele [vacat] zijne(n) wijng(ar)de(r) va(n)/
zijne(n) pijne en(de) arbeyde ende wercghelde dueglijck sculd(ich)/
bleve(n) was en(de) oick xvi stuv(er)s die zij v(er)leecht heeft en(de)/
v(er)droncke(n) ware(n) ten sitdage alse de goede gelijck voe(r)/
op hoege(n) worde(n) v(er)cocht en(de) d(air)enbove(n) ix st(uvers) voir d(er)/
v(er)coepe(re)n helcht vande(n) pontghelde va(n) dien en(de) dat/
alle porceele(n) d(er) selv(er) wed(uwe) oick sculd(ich) zij(n) te cortten(e)/
aende voirs(creven) xx pet(er)s ende schelde d(air)om quite de/
voirs(creven) wed(uwe) hue(r) goede en(de) alle ande(re) des quitan(cien) behoeven(de)/
vand(en) voirs(creven) p(or)ceele(n) va(n) pe(n)ni(n)g(en) als voe(r) betaelt promitt(entes)/
null(atenus) alloqui sed war(andizare) cor(am) eisd(em)
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2016-10-11 by Jos Jonckheer