SAL7368, Act: R°76.2-V°76.1 (151 of 738)
Search Act
previous | next
Act R°76.2-V°76.1  
Act
Date: 1474-10-01

Transcription

2019-11-30 by Mi-Je Van Gils
It(em) her philips van scoenhove(n) [he(re) te waenrode (et)c(etera)] ridder in deen zijde en(de) jonch(e)r/
henric van scoenhove(n) zijn brueder in dande(re) in p(rese)ncia aldair/
de voirs(creven) jonch(e)r henric kinde ende lijdde zijns goets moets/
willen openbaerlijc ende onbedwongen wel ende wettelijc ver/
cocht te hebben den voirs(creven) he(re)n philipse van scoenhove(n) zijne(n)/
brueder zijn kintsgedeelte Te weten zijn vierendeel hem toe/
behoirende inder heerlicheyt chijsen renten pachten bosschen/
landen bempden opcomingen en(de) v(er)vallen vanden goede(n) va(n)/
nurode ende van vlasslair metten panhuyse tot nurode gele/
gen ende oec zijn vierendeel gelegen onder nurode inde wat(er)/
moelen geheten tsgreve(n) moelen inde(n) lande van zichenen/
diemen te leene houdt vanden hee(re) van wynge met allen/
hueren toebehoirten niet dair inne uutgesceyden also hem die/
verstorven is na de doot jonch(e)r(e)n henricx wilen van scoenhove(n)/
zijns vaders en(de) na doot vrou beatrice(n) van scoenhove(n) saliger/
gedachten zijnre zuster Op de lasten ende co(m)meren hier na/
verclaert te weten zijn gedeelte op der he(re)n recht vand(en) gronde/
ende op vijftich gulden(en) hollansche erflijc aen he(re)n janne van/
kestergate riddere It(em) op thien guld(en) hollan(sche) erflijc aen onser/
liever vrouwen outair tarschot tot drie missen ald(air) geordin(eer)t/
It(em) op sestien guld(en) rijnsche aen he(re)n henricx magnus huysvrouwe(n)/
lijftochtrinten ende op sestien guld(en) rijnsche lijftochten ten/
live willems esdorens dair voe(r) uutgaende Voir ende om/
een so(m)me van pe(n)ningen dair af zij minlijc ende eendrachtelijck/
bij een tsamen ov(er)comen zijn en(de) gesloten alsoe zij beyden kindden/
ende lijdden mits zekeren betalingen die de voirs(creven) jonch(er) he(n)ric/
den voirs(creven) he(re)n ph(ilips)e zijne(n) brued(er) dair [mede] af gedaen heeft Te weten(e)
//
vander schult diemen den voirs(creven) he(re)n ph(ilips)e van wegen des voirscr(even)/
wilen jonch(e)r(e)n henricx vaders d(er) voirs(creven) gebruede(re)n tacht(er) en(de) sculd(ich)/
was gedragende vierhondert en(de) tachtentich r(ijnsche) gulden(en) d(air)/
af des voirs(creven) jonch(e)r henricx vijfste gedeelte gedroech xcvi/
guld(en) rijnsche It(em) noch heeft hij dair mede aen he(re) ph(ilips)e/
betaelt sessendertich en(de) eene(n) halve(n) rijnsche gulden(en) den/
selven he(re)n ph(ilips)e verschenen aen jonch(e)r henr(icke) zijne(n) brueder/
van inde maent van febr(uario) anno lxxii na costume shoofs va(n) camer(ijck)/
en(de) noch xxxvi(½) der selver gulden(en) verschene(n) inde selve mae(n)t/
anno lxxiii erflik(er) rinten ende noch acht guld(en) rijnsche die/
jonch(e)r henric den voirs(creven) he(re)n ph(ilips)e oic sculdich was Alsoe dat/
ten slote van zijnen gedeelte vanden vercoep(er)e vande(n) voirs(creven)/
goeden den voirs(creven) jonch(e)r(e)n henr(icke) noch comen vande(n) voirs(creven) he(re)n/
ph(ilips)e xx gulden rijnsche te xx st(uvers) stuck eens dair af de selve/
jonch(er) henric hem vanden selven zijne(n) brueder v(er)nuecht ende/
betaelt kinde ende van desen voirs(creven) vierden gedeelte van desen/
goede(n) en(de) heerlich(eyt) van nurode van vlasselair mette(n) panhuyse/
en(de) met des greve(n) moelen alsoe hij die op den dach va(n) hede(n)/
houdende ende besittende was niet dair inne uutgesceyden/
dair af jonch(e)r henric hem kinde v(er)nuecht voldaen en(de) betaelt/
zijnde van zijnen voirs(creven) brueder Ende kinde dat hij gheen recht/
actie noch toeseggen meer dair aen en behout in gheenre/
manieren ende schout dair af quite ende verteech talle(n) daghe(n)/
tot behoef zijns brueders voirs(creven) sijne(n) nacomelinge(n) en(de) erfgena/
men Voirt heeft jonch(e)r henric van scoenhove(n) toegeseecht/
en(de) gelooft h(ere)n ph(ilips)e zijnen brueder binne(n) eenre maent oft eer/
behoirlike vasticheyt ende guedinge te doene voir he(re) ende/
hove dair af men de voirs(creven) goede houdende is ten coste des voirs(creven)/
he(re)n ph(ilip)s ende d(air) af gelooft waerscap en(de) altoes genoech te doene op/
dat hij he(m) en(de) zijne(n) oiren en(de) nacomel(ingen) ergens hier inne yet te/
nauwe gedaen hadde en(de) recht warand d(air) af alt(oes) te zijne jege(n)/
eene(n) yegeliken sond(er) argelist It(em) is vorwerde dat de(n) selve(n)/
he(re)n ph(ilip)s volgen sal al dat verschene(n) mach zijn vande(n) voirscr(even)/
goeden oft te voe(re)n v(er)schene(n) mocht zijn hoedanich dat zij zeder/
dat de meye(r) va(n) nurode joh(ann)es clissen lestwerve(n) voir datu(m) sbr(iefs)/
mette(n) h(eer)scape va(n) scoenhove(n) gereke(n)t hadde d(air) af dat de selve jonch(er)/
henric gelooft heeft de(n) selve(n) meye(r) en(de) h(er) ph(ilip)s ne(m)m(er)meer te/
eyssce(n) oft te moeye(n) hen oft hue(re)n nacomel(ingen) bij he(m) selve(n) oft yeman(de)/
and(er)s in gheene(n) rechte gheestel(ijc) oft w(eer)lijc en(de) algader sonder/
argelist roelofs berghe octobris p(ri)ma
ContributorsJos Jonckheer
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-09-13 by Jos Jonckheer