SAL7368, Act: R°86.4-V°86.1 (177 of 738)
Search Act
previous | next
Act R°86.4-V°86.1  
Act
Date: 1474-10-06

Transcription

2019-02-18 by Mi-Je Van Gils
It(em) marc post nu ter tijt meye(r) van groot adorp woenen(de) te cleyn/
adorp heeft gelooft collijne de ronchijn dat hij ter stont alsulken/
seker nemen sal vand(en) wynnerssen gielijs van hoeye des jongen
//
onder hem gesete(n) dat de selve wy(n)nersse van hue(re)n pachte/
die sij van des selfs gielijs van hoeye goeden sculdich/
sal wordden van desen tegewoirdig(en) jae(re) dat de selve/
collijn alst sal sijn verschenen betailt sal wordden van/
dien twee rinsche guld(en) die de selve gielijs van verschenen(en)/
van lijfpen(sien) den vors(creven) collijne sculdich es en(de) van sulk(en)/
coste(n) van rechte als nu de selve colijn om de vors(creven) twee/
rinsche guld(en) betailt te hebben uutgeleecht heeft om exe/
cucie te hebben vand(en) selven scepen(en) brieve(n) van dien/
spreken(de) cor(am) meldert burg(imagistro) oct(obris) vi[ta]
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2016-09-13 by Jos Jonckheer