SAL7368, Act: R°94.1-V°94.1 (191 of 738)
Search Act
previous | next
Act R°94.1-V°94.1  
Act
Date: 1474-10-18

Transcription

2019-02-24 by Mi-Je Van Gils
It(em) thomas sgreve(n) geheete(n) van bleesbeke sone wijlen arnts in p(rese)ncia heeft/
genome(n) en(de) bekind dat hij genome(n) heeft van ja(n)ne van beert thof en(de) die/
goede des selfs jans hem alse mo(m)boir jouffr(ouwe) katlijne(n) van wynde sijns/
wijfs weduwe jans wijlen vanden schelve toebehoiren(de) geheete(n) thof/
vanden scelve geleg(en) inde p(ro)chie van halen met huyse(n) hove(n) wynnen(de)/
landen beemde(n) eeussele(n) en(de) ande(re)n heure(n) toebehoorte(n) gelijc geldolf wijle(n)/
vanden schelve sone der voirs(creven) jouffr(ouwe) katlijne(n) die voirs(creven) goede ald(air)/
te houden plach en(de) de voirs(creven) thomaes die aldair in pechtingen/
houden(de) es geweest en(de) tegen den vors(creven) wilen geldolfve voirtiden/
genomen heeft en(de) nyet voird(er) Te houden te hebben en(de) te wynnen/
van halfmerte naistcomen(de) eene(n) t(er)mijn van zesse jae(re)n lang v(er)volg(ende)/
elx jairs dae(re)nbinne(n) om en(de) voe(r) viventwintich mudde(n) rogs goeds/
en(de) payabels met wa(n)ne en(de) vede(re)n wael bereit der maten van dieste/
te sent andriesmisse apostels te betale(n) en(de) te diest te leve(re)n En(de) voorts/
de vors(creven) beemde en(de) eeussele voer en(de) om neghen en twintich guld(en)/
tweelf stuv(er)s der mu(n)ten ts(er)toge(n) van bourg(oign)[en] en(de) van braba(n)t voer elk(er)/
guld(en) ge(re)kent deen helicht tsint jansmisse baptisten en(de) dander helicht/
tsinte mertensmisse te betale(n) alle jae(re) den vors(creven) t(er)mijn due(re)nde ende/
telk(er) t(er)mijne als v(er)volghde schout Met vorweerden dat de vors(creven)/
wynne sal jairlix leve(re)n en(de) doen verdecken int vors(creven) hof twee/
hondert walme(re) ende alsmen die verdect soe sal hij den werc/
lieden den montcost gheve(n) en(de) die voirs(creven) jan die dachue(re)n Ende/
vander underster rijkelen nederwairt sal de voirs(creven) wy(n)ne de huysi(n)ge/
houden wel ende loflic op sijnen cost Ende alsmen dair yet van/
nyeus ty(m)mert soe sal hij thout halen al ru en(de) bringen int vors(creven)/
hof ende dair voe(r) sal hij hebben den tsop en(de) [den] ande(re)n afval It(em) sal/
de voirs(creven) jan hebben alst hem gelieft tsijnen orboe(r) een came(r) staen(de)/
boven de grote nedercame(r) ende jairlix half dooft welc helicht/
de wynne hem leve(re)n sal te loeven(en) oft alsoe verre alse loeven/
van daer es Item sal de voirs(creven) wynne hebben half de duyven/
vanden duyfhuyse aldair en(de) des sal hijse vuede(n) ende verware(n)/
It(em) sal de vors(creven) wynne de vors(creven) lande wynne(n) werve(n) ende mesten/
gelijc sijne(n) reengenoete(n) boven ende beneden ende die jairlijcx/
mergelen met sesse voeder lynthers merghels Item sal de
//
voirs(creven) wynne jairlix hebben ende doen maken ter mynster schade(n)/
opte voirs(creven) goede vijfhondert mutsarts alsulcs alsmen dair omtri(n)t/
meest gewoenlic es te maken en(de) alle weechout alsoe verre thafteel/
gegaen heeft sal de voirs(creven) wynne mogen houwen om dair mede/
die goede te bevreeden en(de) alle v(er)droechde boeme sal hij oic hebben/
en(de) voir elken setten twee poeten vanden selven arde en(de) de grechten/
en(de) wat(er)loepen sal hij tsijnen afsceide(n) late(n) gelijc hij die vandt tsijne(n)/
aencomen En(de) hij sal overtijt houde(n) binne(n) den vors(creven) hove een/
cudde schapen alsoe groot alsmen op tgoed vuechlic gehouden can/
Voirt soe heeft de vors(creven) wynne genomen vand(en) selve(n) janne en(de)/
bekint genomen te hebben een eeussel geheete(n) dlangheeussel en(de) den/
beemd geheete(n) den le(m)mekens beemd beide omtri(n)t en(de) neve(n) den vors(creven)/
hove geleg(en) Te houden en(de) te hebben den vors(creven) t(er)mijn due(re)nde te/
wete(n) tvors(creven) langheeussel jairlix voe(r) twintich der vors(creven) guld(en)/
en(de) den vors(creven) le(m)mekens beemd voer en(de) om twintich licht(er) guld(en) thien/
stuv(er)s goet en(de) ginge voer elken guld(en) gerekent deen helicht tsint/
jansmisse en(de) dander helicht tsinte m(er)tensmisse te betalen alle jaire/
den vors(creven) t(er)mijn due(re)nde en(de) telken t(er)mijne als v(er)volghde schout/
Met vorweerden dat hij de grechten aen tvors(creven) langheeussel en(de)/
le(m)mekens beemt geleg(en) sal late(n) tsijne(n) afsceide(n) gelic hij die vand/
tzijnen aencomen(e) It(em) sal de vors(creven) jan den voirs(creven) zijnen wynne/
tallen twee jae(re)n vand(en) voirs(creven) t(er)mijne gheve(n) een tabbart laken des/
sal hij wedero(m)me den voirs(creven) janne alsoe vele geriefs en(de) dienste(n)/
doen af alse dat gedragen mach Ende alle dese vorweerden/
(con)dicien en(de) geluften voirscr(even) hebben gelooft de vorscr(even) p(ar)tien/
malcande(re)n vast ende gestentich te houden ende volcomelic/
te voldoene tallen tiden ende t(er)mijnen alse die vallen en(de)/
verschijnen selen ende telken t(er)mijne alse vervolghde schout/
Ende hier voe(r) sijn borgen svoirscr(even) wynnen alse p(ri)ncipael/
sculde(re)n (et)c(etera) arnd tsgreven zijn sone henric vand(er) eect svors(creven)/
wynne(n) behuwede sone pauwels steke woenen(de) te loxberghe/
en(de) jan van ottenborch Ende de vors(creven) wynne arnd sijn sone en(de)/
henric vand(er) eect hebbe(n) gelooft indivis(im) de(n) vors(creven) pauwelse en(de)/
ja(n)ne van ottenborch van des vors(creven) steet scadeloes te houde(n) en(de)/
te ontheffe(n) vos heykens octobr(is) xviii
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2016-09-13 by Jos Jonckheer