SAL7368, Act: V°115.2 (225 of 738)
Search Act
previous | next
Act V°115.2  
Act
Date: 1474-11-05

Transcription

2019-04-02 by Mi-Je Van Gils
It(em) de voirs(creven) jonch(e)r lyebrecht die eenen scepen(en) brief van/
loeven(en) heeft spreken(de) van driehond(er)t rinsch(en) guld(en) dair voe(r)/
tvoirs(creven) huys en(de) hof des voirs(creven) he(re)n lodewijcs verpand/
steet ter eend(er) sijden ende de vors(creven) weduwe wout(er)s wijlen/
vanden tymple jan ouderogge voir hen en(de) hue(r) medepleg(er)s/
ter ande(re) sijn des overcomen met malcande(re)n en(de) hebben/
geconsenteert in wederssijde(n) dat soe verre het geboirde/
dat zij hen behoifden nae den vors(creven) ondersceide te lossen/
vand(er) laste(n) dair voe(r) zij voer den voirs(creven) he(re)n lodewijke staen/
dat men dan yerst en(de) voir al lossen soude de borchtocht die zij/
gedaen hebben aen lodewijke uut(er) helicht van twintich/
rinsche gul(den) tsjairs erflic ter quiti(n)g(en) want den brief des/
voirs(creven) jonch(e)r(e)n lyebrechts hem om ter lossinge(n) van dien/
te comen gemaict es cor(am) eisd(em)
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2016-09-27 by Jos Jonckheer