SAL7368, Act: V°168.1 (348 of 738)
Search Act
previous | next
Act V°168.1  
Act
Date: 1475-01-10

Transcription

2019-05-23 by Mi-Je Van Gils
Vander aenspraken die goessen vande(n) eynde wonen(de) te steynhockesele/
aenlegghe(r) gedaen heeft op henr(icke) reers wonen(de) te humelghem/
v(er)weerde(r) van dat de selve henr(ick) eene(n) tijt va(n) jare(n) mette(n) voirs(creven)/
goessen(e) en(de) ande(re)n gehoude(n) heeft eene(n) steenpoel te nederhockesele/
gelege(n) toebehoiren(de) m(ijn) vrouwe(n) der abdissen vander came(re)n ende/
daer uuyt hadden zij steene gegrave(n) en(de) die hueringe was van/
eene(n) tijde va(n) jare(n) die som v(er)streke(n) en(de) som toecomen(de) was En(de)/
van dier hueringe(n) en hadde de voirs(creven) henr(ick) der voirs(creven) v(rou)wen/
voe(r) zijn deel niet gegeve(n) d(air)om de voirs(creven) goesse(n) eyssthe en(de) v(er)socht/
dat hem de voirs(creven) v(er)weerde(r) opleyde de v(er)lede(n) en(de) v(er)streke(n) hue(r) voirs(creven)/
van zijne(n) aendeele en(de) voirt vestich(eit) dade voirtaen zijn aendeel/
te betale(n) bieden(de) dese pointe(n) ende dat de voirs(creven) v(er)weerde(r) den/
voirs(creven) poel mede gebruyct hadde te thoene(n) Dair op de voirscr(even)/
henr(ick) hem verantweerden(de) kynde ghenoech dat hij de(n) voirscr(even)/
poel mede hadde gehoude(n) en(de) allig(eer)de dat hij den voirs(creven) goessen(e)/
noyt toesegge(n) noch geluefte d(air)af en hadde gedae(n) en(de) dat de voirs(creven)/
goessen niet bij en leyt dat hij va(n) wege(n) sgodsh(uys) voirs(creven) in/
desen gepraemt hadde geweest d(air)om hij meynde d(er) aenspraken/
ongehoude(n) te wesen Maer om dat he(m) nyema(n)t inden mont sien en/
soude p(rese)nteerde hij de(n) voirscr(even) aenlegge(r) dat hij g(er)ne mette(n)/
selve(n) ter reken(en) en(de) oick metter voirs(creven) vrouwe(n) vand(er) came(re)n come(n)/
woude aengaen(de) der voirs(creven) hueringe(n) en(de) den bewynde dat elck/
va(n) hen mocht d(air)op hebbe(n) gehadt en(de) wesmen d(air) bevonde/
dat hij tachter en(de) belanck wa(r)e dat p(rese)nteerde hij te voldoe(n)/
H(ier)op was gewijst bijden scepen(en) va(n) loven(en) ter manisse(n) smeyers/
dat de voirs(creven) v(er)weerde(r) met voldoe(n) van zijnder p(rese)ntacien soude/
gestae(n) In scampno f(eria) q(ua)rta post e(pi)ph(an)ie vide(licet) x januar(ii)
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2016-10-04 by Jos Jonckheer