SAL7368, Act: V°201.2 (433 of 738)
Search Act
previous | next
Act V°201.2  
Act
Date: 1475-02-11

Transcription

2019-09-10 by Mi-Je Van Gils
It(em) augustijn van muysen(en) sone wijlen jans in p(rese)ncia heeft gekint/
ende gelijt dat hem jacop wijlen van muysen(en) oft sijn erfgename(n)/
volcomelic ge(con)tenteert hebben en(de) te vreden gestelt van alsulken/
tsestich pet(er)s alse de selve wijlen jacop in voirleden(en) tiden gehaelt/
heeft vand(er) stat wissele en(de) dair stonden tot behoif des voirscr(even)/
augustijns voir de zoene des dootslaachs gesciet inde(n) p(er)soen/
des vors(creven) wijlen jans van muysen(en) zijns vaders Scelden(de) dair/
o(m)me [volcomelic] quite den selven wijlen jacoppe zijn goede en(de) erfgenamen/
en(de) voirt alle ande(re) des quitan(cie) behoeven(de) van dier so(m)men ende/
voort van al tgene des hij hen uut saken van dien oft des dair/
aen cleve(n) mochte e(n)nichsins soude moige(n) eyssce(n) P(ro)mitt(ens) null(atenus)/
alloq(ui) s(ed) war(andizare) lye(ming)[en] berghe febr(uarii) xi
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2016-10-11 by Jos Jonckheer