SAL7368, Act: V°269.3 (574 of 732)
Search Act
previous | next
Act V°269.3  
Act
Date: 1475-04-10

Transcription

2019-01-30 by eugenia knops
It(em) henric van bleckem woenen(de) te hoelede heeft gekind en(de) gelijdt/
dat hij uut saken vand(en) pechting(en) vand(en) hove van stocquoit/
den goidshuyse van heyleshem toebehoiren(de) dwelc hij gehouden/
heeft en(de) verborchde voir scepen(en) van loven(en) nove(m)br(is) x anno/
xiiii[c] lvi jegen he(re)n henr(icke) vand(en) hove spijkermeest(er) was/
des vors(creven) goidshuys inden name vand(en) selve(n) mijne(n) hee(re)/
den abt alnoch vand(en) lesten drie jae(re)n gerekent tusscen hen/
sculdich bleven es de so(m)me van hondert tsestich mudd(en) corens/
alsulcx als de vors(creven) pechtinghe begrijpt die welke de vors(creven)/
henric gelooft heeft den eerweerdig(en) hee(re) den abt des vors(creven)/
goidshuys oft sijne(n) p(ro)cur(eur) in sijne(n) name tsijnre maniss(en) wel en(de)/
wettelic te betale(n) t(am)q(uam) ass(ecutu)[m] cor(am) langrode vos ap(ri)lis x
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-10-25 by Jos Jonckheer