SAL7369, Act: R°397.3-R°398.1 (718 of 721)
Search Act
previous | next
Act R°397.3-R°398.1  
Act
, en de goede
Date: 1476-06-22

Transcription

2019-04-26 by Karel Embrechts
It(em) reyne(r) van hoeberghe die voe(r) tvoldoe(n) van eene(n) rijd(er) lijfpen(sien)/
bekint int jaer xiiii[c] li penult(ima) octobr(is) geleyt is onder/
den ande(re)n tot alle den goeden have en(de) erve arnts wile(n)/
vand(er) eect heeft hem corttelinghe metter stad brieven/
aen den meye(r) van libbeke oft zijne(n) stedehoude(r) gescreve(n)/
doen leve(re)n alle de goede desselfs wilen arnts onder/
den selve(n) offic(ie)r gelege(n) D(aer) uut willem vand(er) eect/
wettich sone desselfs wile(n) arnts come(n) is te rechte/
tege(n) den selve(n) reyne(r) ten dage d(aer)toe dienen(de) hem/
jege(n) de selve brieve en(de) beleyde oppone(re)nde en(de) boot/
te thoene(n) ond(er) ande(r) reden(en) te zijnd(er) ontlastinge(n) dienen(de)/
dat hij als erfg(enaam) zijns vaders en(de) zijnd(er) goede/
inden last der voirs(creven) lijfpen(sien) niet gehouden en wae(re)n en(de)/
dat tande(re)n tiden de selve arnt sijn vad(er) vercocht/
hadde eene schue(r) en(de) mette(n) pe(n)ning(en) dair af comen(de)
//
was den voirs(creven) rijd(er) metten verloepen(en) pachten afgequete(n)/
hopen(de) oft hij dat gethoene(n) conste dat hij en(de) de goede/
des voirs(creven) sijns vaders hier af ongehouden zijn souden D(aer)/
op de voirs(creven) reyne(r) ontkinde dbijleggen des voirs(creven) willems/
seggen(de) dat hijs ne(m)mermeer thoenen en soude mair/
boot ter contrarie(n) met zijnd(er) eet zijne(n) brief te stercken/
en(de) dat hem dien met tweelf jae(re)n acht(er)stelts noch onbet(aelt)/
uutstonde(n) hopen(de) d(aer) mede te gestaen(e) en(de) dat hem en(de) zijne(n)/
scepen(en) br(ieven) totten voldoen(en) van al des voirs(creven) is de voirs(creven)/
goede des voirs(creven) wile(n) arnts volge(n) souden Hier op wert/
de voirs(creven) willem tot zijne(n) thoene gewijst die zijns/
vermeets niet en volqua(m) ende alsoe wijsden ten/
uut(er)sten de scepen(en) van loeven(en) ter manissen smeyers nae/
aensprake verantwerde(n) ende thoenisse des voirs(creven) willems/
bij hem innegeleet dat de voirs(creven) goede des voirs(creven) wile(n)/
arnts den voirs(creven) reyne(re)n en(de) zijne(n) scepen(en) brieve(n) volge(n)/
souden om d(aer) aen te verhale(n) zijn wettich gebreck soe/
verre hij dat bij eede verifice(re)n sal willen in sca(m)n[o] cor(am)/
meldert abs(oloens) couck(eroul) reth(eman) junii xxii Dit zijn de goede arnts wile(n) vand(er) eect/
Ierst een ghelege alsoet gelege(n) is te libbeke te braken/
aen den driesch naest den goeden des abts va(n) s(in)[t] g(er)trude(n)/
te beyden zijden
//
Contributorskristiaan magnus , kristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-09-13 by Xavier Delacourt