SAL7369, Act: V°382.2-R°383.1 (695 of 721)
Search Act
previous | next
Act V°382.2-R°383.1  
Act
Date: 1476-06-18

Transcription

2022-11-14 by Karel Embrechts
It(em) want jan de ruttart geleyt met scepen(en) br(ieven) van/
loven(e) onder den ande(re)n tot allen den goeden have en(de)/
erve jacops wile(n) vander haghen en(de) jacops zijns soens/
voir tvoldoe(n) va(n) twee r(yns) guld(en) lijpen(sien) mette(n) acht(er)stelle/
staen(de) ten live van jouffr(ouwen) annen die wijf es meester/
jans de mota weduwe was everarts wile(n) va(n) wynge/
naeder stat recht om tvoldoen va(n) zijne(n) gebreke he(m)/
hadde doen leve(re)n onder den meye(re) van roux miroir/
alle de goede die des voirs(creven) vader en(de) soens ende/
namelijck viii p(er)den ii wagen(en) en(de) meer ande(r) ende dach/
van opposicien doen beteyken(en) alle(n) oppponente(n) tot seke(re)n/
daghe(n) van rechte onlanx gheleden Te wete(n) de(n)/
selve(n) jacoppe vander haghen alst blijct bijd(er) ve(r)ificacie(n)/
hier voirscr(even) op dand(er) zijde ende voirt henry de/
tilly en(de) janne de viscourt gelijck als doffici(er) bij zij(n)der/
r(e)lacien dat c(er)tificeerde ende gheen van hen ten/
selve(n) daghe noch opde(n) dach van hede(n) als ten/
v(er)streken(en) daghe gecompareert en heeft den voirs(creven)/
janne de ruttart trecht v(er)sueken(de) Soe wijsden/
de vo(n)nissen de scepen(en) van loven(e) wair de voirscr(even)/
p(ar)tien niet en quame(n) ten opstane vande(n) meye(re) ende
//
van hen datmen den selven janne teghen hen houde(n)/
soude inde macht van zijne(n) beleyde alsoe v(er)re alst/
noch voir hen come(n) was Ende om dat jan va(n) udeke(m)/
sone wile(n) jorijs hem tegen den voirs(creven) janne en(de) zij(n) v(er)sueck/
opponeerde en(de) met eene(n) oude(re)n beleyde dat hij heeft opde/
goede des voirs(creven) jacops vander haghe(n) en(de) sustineerde/
dat hij van zijne(n) wettige(n) gebreke(n) als procur(eur) van/
zijnder stiemoeder aende voirs(creven) goede voe(r) gericht soude zij(n)/
en(de) den voirs(creven) janne voirgaen vanden welken de selve/
jan mits diversen reden(en) bij hem gheallig(eer)t meynde de/
(contra)rie Soe hebben de scepen(en) van loven(e) van die(n) tvo(n)nisse/
te henw(er)t gehouden en(de) hue(re)n raet ende verst begheert/
cor(am) meldert abs(oloens) couck(eroul) reth(eman) junii xviii
Contributorskristiaan magnus
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-09-13 by Xavier Delacourt