SAL7372, Act: V°348.3-R°349.1 (755 of 844)
Search Act
previous | next
Act V°348.3-R°349.1  
Act
Date: 1479-05-14

Transcription

2020-02-05 by xavier delacourt
Nae dien dat come(n) zijn bijde(n) rade vander stat de meye(r)/
van loven(e) en(de) de warandeerders vand(en) lede(re) t(er) eend(er) ende/
henrick van raveschote t(er) ande(r) zijden Aldair de voirscr(even)/
meye(r) en(de) warandeerders opdeden en(de) seyden hoe dat zij den/
voirs(creven) henr(icke) bevonde(n) hadden drie werve(n) coerechtich zijnde/
ten div(er)sen stonde(n) ov(er)mids dat hij v(er)wracht hadde en(de)/
oick onder hem vonde(n) hadden e(n)nige stucken van lede(r) die/
acht(er)volgen(de) der rolle(n) vande(n) selve(n) warandeerders sculdich zij(n)/
bijde(n) selve(n) geteeke(n)t te worde(n) dwelck de voirs(creven) henr(ic) niet/
acht(er)volcht en hadde alsoe zij seyde(n) en(de) alsoe hoepte(n) zij/
dat hij sculdich soude zijn die drie kue(re)n opte leggen(e) nad(er)/
ordinan(cien) vand(er) selv(er) hue(re)r rolle(n) Dair tegen de voirscr(even)/
henr(ick) hem v(er)antwerden(de) seyde dat hij p(rese)nteerde hen te/
betalen(e) twee kue(re)n Ende aengaen(de) den derde(n) soe hoepte hij/
ongelast te bliven(e) gem(er)ct dat zij gheen leder vonde(n) en hadde(n)/
ter derder stont d(air)om dat hij kuerechtich soude moege(n) geweest/
hebbe(n) want zijs niet bevonde(n) en hadde(n) (con)clude(re)nde alsoe dat
//
hij d(air)af ongepraemt soude wese(n) alsoe wel vand(en) meye(r) als/
vanden warandeerders met meer reden(en) op beyden zijde(n) geallig(eer)t/
Ende alsoe nae alle reden(en) op beyden zijden gehoirt zijnde/
hebbe(n) de hee(re)n vanden rade uuytgesproken en(de) minlijck de(n)/
voirscr(even) meye(r) va(n) loven(e) en(de) warandeerders gebeden dat zij den/
voirs(creven) henr(icke) liete(n) gestae(n) te betalen(e) de twee kue(re)n te div(er)sen/
stonden bij hem mesgaen In consilio op(idi) maii xiiii
ContributorsGreet Stevens , Jos Jonckheer
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-09-21 by Xavier Delacourt