SAL7373, Act: R°151.3-V°151.1 (352 of 786)
Search Act
previous | next
Act R°151.3-V°151.1  
Act
Date: 1479-12-22

Transcription

2020-02-26 by Greet Foblets
It(em) de voirs(creven) jacop ten bijsijne en(de) met wille weten(e) ende consente der/
voirs(creven) borg(er)meesters inde stad vanden vrienden van svaders weg(en)/
en(de) henric de hollande(re) vand(er) moeder wegen affirme(re)nde dat dit is
//
geschiet duegdelijc en(de) sond(er) fraude oft acht(er)deel svoirs(creven) jacops/
heeft gekint en(de) gelijdt dat hem jan blanckaert en(de) qui(n)ten/
wilen couckeroul die mo(m)boirs vander stad wegen gestelt/
zijn geweest van hem ende sijne(n) brueder en(de) suster en(de) oic/
de wed(uwe) des voirs(creven) qui(n)tens nae den selven qui(n)ten volcomen/
rekeni(n)ge bescheyt bewijs uutreykinge en(de) overleveringe gedae(n)/
hebben en(de) hem allessins te vreden gestelt van allen den bewinde/
admi(ni)stracie(n) regime(n)te hanteringe(n) heffen en(de) leggen Dat de selve/
p(er)sone(n) oft e(n)nich van hen als mo(m)boirs oft anders gedae(n) en(de) gehadt/
moege(n) hebben in e(n)niger manie(re)n van e(n)nigen goeden have vliegen(d)erve/
erfgoeden rinte(n) pachten lijfpen(sien) pe(n)ning(en) p(ro)ffijten opcomi(n)g(en) ende/
vervallen van haefliken oft erflike(n) goeden rinte(n) pachte(n) lijfpen(sien)/
vercocht oft onv(er)cocht d(air) inne hij jacop voirs(creven) e(n)nichssins gericht/
mocht zijn van wat zijden en(de) hoe hem die ae(n)comen moege(n) sijn/
hoedanich die zijn wair die geleg(en) sijn oft bevonde(n) moeg(en) worden/
Kinnen(de) ende lijden(de) voirt dat al tgene des d(air) inne bijde(n) selven/
p(er)sone(n) geschiet is het zij in die erfgoede te vercoopen terfrinte(n)/
uut te geve(n) oft anders dat dat al geschiet is en(de) gedae(n) heeft geweest/
op hoogen al ten meesten orbe(re) en(de) p(ro)ffijte en(de) besorge van he(m) en(de)/
sijne(n) brueder en(de) suster ende tot hue(re)r en(de) hue(re)n brued(er) sund(er)ling(er) liefde(n)/
jonste(n) ende begheerte(n) die anders te quite en(de) te nyeute gegaen/
en(de) vervalle(n) souden hebben en(de) zij d(air) bij in dolinge(n) en(de) ombesorcht/
gebleven sijn de selve d(air) af en(de) van allen ande(re)n saken eyssche(n)/
clachte(n) impeticie(n) sculde(n) (con)dicie(n) (con)vencie(n) scepen(en) brieve(n) so(m)men/
van pe(n)ning(en) ende allen ande(re)n saken d(air) inne zij oft e(n)nich van hen/
te he(n)weert gehouden souden moege(n) sijn totten dage toe van/
heden in e(n)nig(er) manie(re)n gansselijc quijtscelden(de) p(ro)mitt(entes) null(atenus)/
alloqui sed war(andizare) eisd(em)
ContributorsGreet Stevens
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-11-29 by Jos Jonckheer