SAL7373, Act: R°263.4 (590 of 786)
Search Act
previous | next
Act R°263.4  
Act
Date: 1480-03-22

Transcription

2021-01-31 by Greet Foblets
It(em) jan van beert die uut crachte van scepen(en)br(ieven) va(n) loe(ve)n/
geleyt is totten goede(n) arnts de mu(n)te(re) en(de) heeft tvo(n)nisse/
van co(n)tumacie(n) opde goede desselfs overlange gehadt heeft/
des(er) stad brieve(n) aen den meye(r) van bierbeke oft zijne(n) stedehoud(er)/
te mille de voirs(creven) goede op hooge(n) te vercoopen Dair toe den/
dach mits co(n)tumacien dienen soude op in vrijdage naestcomen(de)/
ter eenre en(de) jan ha(n)naerde meye(r) voirs(creven) en(de) de voirs(creven) arnt/
de mu(n)tere ter ande(r) zijden Hebben de selve jan van beert/
ter eenre en(de) de voirs(creven) meye(r) en(de) arnt ter ande(r) zijden den/
voirs(creven) dach van vercoepen verlingt geco(n)tinueert ende/
uutgestelt in alsulcken state ende wesen(e) als dien/
dach op in vrijdage naestcomende voirs(creven) gedient/
soude hebben tot van dien dage in eender maent/
naestcomen(de) cor(am) berct moelen m(ar)cii xxii
ContributorsGreet Stevens
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-12-12 by Jos Jonckheer