SAL7373, Act: V°122.3-V°123.1 (284 of 786)
Search Act
previous | next
Act V°122.3-V°123.1  
Act
Date: 1479-11-20

Transcription

2019-11-29 by Greet Foblets
Vander questien voe(r) den rade vand(er) stad geport tussche(n) hee(re)n/
coenrarde vand(er) meren docte(u)[r] in beyden rechte(n) ridder (et)c(etera) ter eenre/
en(de) den voirs(creven) bedesetters van stertbeke ter ande(re) ald(air) de selve/
her coenrart acht(er)volgen(de) der uutsprake(n) gedaen bij borg(er)meeste(re)n/
scepen(en) ende rade der stad van loeven(e) a(nn)[o] lxxix xii dage in oct(obri)/
tussche(n) de selve p(ar)tie(n) In welcker uutspraken wert verclaert/
dat beyde voirs(creven) p(ar)tie(n) soude(n) bij cortter memorie(n) ov(er)bring(en) huer/
bedingde op in saterdage xxx dage in octobr(i) d(air)nae/
volgen(de) om voirt d(air) inne te geschieden(e) gelijc nae/
recht behoe(re)n soude en(de) alsoe acht(er)volgen(de) der selver/
uutspraken dede de selve h(er) coenrart segg(en) inde(n) yerste(n)/
dat inden jae(re) xiiii[c] lxxvii xvii dage in merte de/
voirs(creven) h(er) coenrart hadde doen bescrive(n) de bedesetters van/
stertbeke voe(r) den rade alh(ier) mids dien dat zij eyschte(n)/
te twee stonden telcken vijf r(ijns) guld(en) totter beden behoef/
te betalen(e) bij h(er) coenrarde voirs(creven) mits dien dat de/
vad(er) en(de) brueder desselfs h(er) coenrarts die bede als zij/
te sterbeke woende(n) hebben plege(n) te betalen(e) d(air) op de voirs(creven)/
h(er) coenart doen ter tijt antwerde en(de) seyt alnoch dat hij
//
gheene verloofde goede en heeft noch oic te sterbeke noyt en/
woonde noch e(n)nich bedrijf en helt gelijc de selve bedesetters oic/
genoech bekind(en) gelijc dat oic blijken soude bijd(er) t(er)minacie(n) doen/
ter tijt d(air) op gegeve(n) de welcke hij beg(eer)de voir alle vo(n)niss(en) geles(en)/
te hebben(e) Seyde oic de selve h(er) coenrart dat die goede die hij/
ald(air) besidt sijn oude stocgoede van sijns vaders wege(n) gecome(n) en(de)/
dat hij vand(en) selve(n) achtervolgen(de) der ordinan(cien) vander beden nu/
loopen(de) sculdich wae(r) te contribue(re)n ter plaetsen d(air) hij woenachtich/
wae(r) gelijc hij oic gedaen hadde gemerct dat sijne goed(en) ald(air)/
gheene ongevrijdde goede en zijn noch vercrege(n) seder den jae(r)/
xiiii[c] xxiiii Concludeerde d(air) o(m)me uut alle tgene des voirs(creven)/
is de voirs(creven) h(er) coenrart en(de) sund(er)linge uut(er) t(er)minacie(n) en(de)/
appointeme(n)te bijden hee(re)n gewesen gelijc voirscr(even) steet die/
hij als bove(n) begheerde voir alle vo(n)nissen aenhoert te w(er)d(en)/
dat de voirs(creven) bedesetters wae(re)n sculdich zijn gena(n)tizeerde/
pe(n)ning(en) gedragen(de) totter so(m)men toe van x r(ijns) guld(en) en(de)/
eene(n) halve(n) r(ijns) guld(en) weder hem ter stont te restitue(re)n en(de)/
voirt vellich gewesen te werden(e) alsoe zij oic genoech/
vellich gewesen sijn mits den appointeme(n)te voirs(creven) en(de)/
voirt in alle wettelike costen in des(er) saken gedaen Ald(air)/
de selve bedesetters ter contrarie(n) te kinne(n) gaven inden/
yerste(n) datmen ter waerh(eit) bevinden soude dat wile(n) her/
jan vand(er) meren ridd(er) brued(er) des voirs(creven) h(er) coenr(arts) en(de) hue(re)r/
beyd(er) vader altijt ter plaets(en) va(n) stertbeke geco(n)tribueert hebbe(n)/
in ons gened(ichs) hee(re)n bede van allen hue(re)n goeden alsoe wel/
va(n) stocgoede(n) vercreg(en) goed(en) als ande(re)n want zij ald(air) ten/
meesten tide gewoont hadd(en) en(de) dat wile(n) hue(re)r beyd(er) vad(er) in/
zijne(n) tide cocht en(de) vercreech vele div(er)se goede teg(en) ongevrijdde/
p(er)sone inde(n) voirs(creven) dorpe van sterbeke d(air) af de selve vad(er) voe(r)/
zijn brued(er) nae desg(elijx) oic de voirs(creven) h(er) coenr(art) binne(n) cortte(n)/
tide bede geg(even) en(de) betaelt hebbe(n) hem des gedrag(ende) totter/
waerh(eit) en(de) rolle(n) d(air) mede men de bede vand(en) dorpe innehaelt/
Seyd(en) voirts hoe dat h(er) coenr(art) vad(er) salig(er) gedachte(n) thoff/
ald(air) staen(de) belast hadde met groote(n) jaerlike(n) rinte(n) tot xl oft/
l r(ijns) g(ulden) toe aen seke(re) p(er)sone binne(n) bruess(el) oft d(air) omtrint/
woenen(de) en(de) dat hij den selve(n) toegeseet heeft de selve/
rinte los en(de) vry te houde(n) van alle(n) beden subvencie(n) en(de)/
schatting(en) en(de) oic schot en(de) lot vand(en) selve(n) geloopt hadde gelijc/
zij dat oic bewijsen wouden met brieve(n) d(air) op gemaect oft met/
levend(er) waerh(eit) ende dat zij alsulcke(n) panding(en) als zij ged(aen) hadd(en)/
op h(er) coenr(arts) goeden niet gedae(n) en hebbe(n) om e(n)nige bede te/
gecrige(n) van zijne(n) gevrijdd(e) goede(n) mair alleene van zijne(n) vercreg(en)
//
en(de) ongevrijdd(e) goed(en) gelijc hen dat tande(re)n [tide] gelast hadde geweest/
vand(er) stad van bruess(el) uut alle(n) welcke(n) voirs(creven) pointe(n) en(de)/
ar(ticu)[len] de voirs(creven) bedesetters co(n)cludeerd(en) dat de bede die hen h bij/
henr(icke) mo(m)marts va(n) wege(n) he(re)n coenr(arts) voirs(creven) bet(aelt) is geweest/
onbelast blive(n) sal en(de) als vo(r)e wel en(de) met goed(er) reden(en)/
ontfang(en) en(de) beg(eer)den den selven he(re)n coenr(arde) onderwesen te/
hebben(e) dat hij cesseerde en(de) afliete van sijne(n) onredelike(n) eyssche/
laten(de) den voirs(creven) bedesetters d(air)af ongemoyt En(de) alsoe de scriftue(re)n/
van beyd(en) zijden overgeg(even) ende ripelijc met goed(er) deliberacie(n)/
oversien sijnde es geappointeert bijden selve(n) rade voir recht/
dat her coenrart vander mere(n) naevolgen(de) d(er) t(er)minacie(n) d(air) af/
gegeve(n) a(nn)[o] lxxvii m(ar)cii xvii van sijne(n) goeden van bede tot stertbeke/
sal blive(n) ombelast en(de) staen ten laste va(n) dien ter plaats(en) d(air) hij/
woenachtich is en(de) dat de bedesetters den selve(n) h(er) coenr(arde) restitucie/
doen sulle(n) van sijne(n) gena(n)tiseerd(e) pe(n)ning(en) Behoude(lic) oft de/
voirs(creven) bedesetters conne(n) bewijsen dat her coenr(art) voirde(r) va(n) e(n)nig(e)/
vercochte(n) rinte(n) opde goede verpant scot en(de) lot van bede(n) hebbe(n)/
gelooft alsoe zij segge(n) oft oic dat de selve h(er) coenr(art) oft zijn/
vorders zeder den jae(r) xiiii[c] xxiiii tot sterbeke e(n)nige goede teg(en)/
ongevride p(er)sone hebben gecreg(en) oft oic e(n)nige van dien goeden/
hebben verlooft van beden sdorps recht te staen(e) dat h(er) coenr(art)/
d(air) af die bewijssenisse gedae(n) zijnde gelden sal bede nae de/
taxacie vand(en) goeden der ingeseten(en) vand(en) steden dair toe de/
voirs(creven) bedesetters dach neme(n) sullen en(de) de costen om des(er) saken/
wille gedaen res(tit)ueert de stad te huerweert om nae den dage/
der voirs(creven) bewijsseniss(en) d(air) af te appointe(re)n alsoe behoe(re)n sal det(er)mi(n)at(um)/
in (con)s(ili)[o] op(idi) nove(m)br(is) xx
ContributorsGreet Stevens
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-11-22 by Jos Jonckheer