SAL7375, Act: R°113.2 (250 of 1101)
Search Act
previous | next
Act R°113.2  
Act
Date: 1481-10-10

Transcription

2020-02-05 by Dieter Taillieu
It(em) katlijne vander couthe(re)n weduwe jans wilen de ridde(re) die op heden/
dach hadde tegen henr(icke) van daelhem over te gheven hue(r) rekeni(n)ge/
vanden goeden hue(r) gelevert voir huer viii mudden core(n)s erfspachts/
opde goede arnts en(de) wouters vand(en) hove al(ia)s van gobbelsrode te/
boutershem te veertrijcke en(de) dair omtrint gelegen sulke als nae/
der stad recht en(de) den statuyte d(air)op gemaect soude behoiren bij alsoe/
dat de selve henr(ic) hue(r) tyerst borchtocht stelde den rechte genoech/
zijnde met eender rekeni(n)gen te gestane en(de) trest dat huer soude/
moegen comen dbeslicht vand(er) rekeni(n)gen geschiet te zijne op te leggen/
heeft hue(r) op heden gep(rese)nteert tegen den selven henr(icke) die niet en/
co(m)pareerde om d(air)af te doen(e) des zij sculdich es te doen(e) soe wa(n)neer/
hue(r) wa(r)e gebleken vand(er) voirs(creven) borchtocht behoirlijc geschiet te zijne/
cor(am) ambob(us) burg(imagistris) octobr(is) x
ContributorsLieve Van Hoestenberghe
Moderated byLieve Van Hoestenberghe
Last update: 2017-01-25 by Xavier Delacourt