SAL7375, Act: R°128.1 (295 of 1101)
Search Act
previous | next
Act R°128.1  
Act
Date: 1481-10-24

Transcription

2020-03-10 by Dieter Taillieu
Vander questien die voe(r) den raide vander stadt comen es tusschen/
gielijse couwenberch cleermake(r) ter eender en(de) ja(n)ne speelberch plecke(r)/
ter ande(r) zijden aldair de selve gielijs te ky(n)nen heeft gegeven hoe/
dat hij verdingt hadde in tijden voirleden tegen den voirs(creven) wel en(de)/
op recht te maken(e) en(de) te plecken(e) tallen zijden thuys desselfs gielijs/
staen(de) inde hoolstrate en(de) buten te witten(e) soe dat behoirde ierst om/
ix rinsschegulden(en) en(de) dairnae soe wert bijden p(ar)tien gesloten als dat/
de voirs(creven) jan mair viii rinsschegulden(en) hebben en soude op alsoe dat gielijs/
de voirs(creven) viii rinsschegulden(en) betalen soude tusschen dat en(de) s(in)[te] mach(iels)/
daghe lestleden dwelck de selve jan niet en ontkinde alsoe geschiet/
te zijne dair op hij hem gegeven hadde vi peters en(de) tsurplus van dien/
hadde gielijs onder de wet alhier geset seggen(de) voirts hoe dat hij bevo(n)den/
hadde dat tvoirs(creven) werck vanden witten(e) buten alsoe op recht niet en wa(r)e/
gemaect en(de) van alsulker stoffen soe dat behoirde mair geschapen wa(r)e by(n)nen/
corten tijden al af te rijsen(e) en(de) te vallen(e) hem des gedragen(de) totten ghenen dies/
hem verstonden dat niet op recht gemaect en was soe dat behoirde en(de) was/
wel te vreden dat de gesworen(en) vanden ambachte hen des verstaen(de) tselve/
visiteerden hopen(de) wair dit alsoe bevo(n)den worde dat hij hem hier van/
rastoer doen soude van sgheens des bevo(n)den werde mesweecht wesen(de) hem/
des gedragen(de) totten rechte dair op de selve jan seyde dat hij hoopte dat/
tselve werck wel gemaect was en(de) getroesten he(m) des tot e(n)nigen p(er)sonen/
als dat gielijs d(air)mede te vreden was geweest dwelck hij niet en volquam/
nae den welken bijder stadt geseyt wert dat de gesworen(en) dwerck/
visite(re)n souden en(de) dae(re)ntynden recht op costen va(n) ongelijken welke geswoiren(en)/
tvoirs(creven) werck gevisiteert hebben(de) op hue(re)n salar(is) hebben zij der selver stad gecleert/
op hue(re)n eedt dat tselve werck mesweecht es wael totter so(m)men toe van/
drie peters te xviii stuv(er)s en(de) soe es nae dien dat p(ar)tien int lange gehoirt/
zijn bijder wet uutgesproken en(de) getermineert dat den voirs(creven) gielijse comen/
sullen vand(en) viii rinsschegulden(en) voirs(creven) de weerde van drie peters te xviii/
stuvers en(de) de costen van rechte die hij om des(er) saken wille geleden heeft/
in co(n)silio opidi octobr(is) xxiiii
ContributorsLieve Van Hoestenberghe
Moderated byLieve Van Hoestenberghe
Last update: 2017-01-31 by Xavier Delacourt