SAL7375, Act: R°92.1 (209 of 1101)
Search Act
previous | next
Act R°92.1  
Act
Date: 1481-09-26

Transcription

2019-11-14 by Dieter Taillieu
It(em) jan de brouck woenen(de) te foul heeft gelooft jouffr(ouwe) a(n)nen/
van orsmale weduwe lauwereys wilen van wynghe dat hij tusschen/
dit en(de) van in maendaige naestcomen(de) over xiiii nacht metter/
sommen hebben sal den goeden moet der selver weduwen oft jacops vand(er)/
eycken huers p(ro)cur(eur)s va(n) tghene des zij he(m) eysschen(de) es oft des ande(re)n daighs/
d(air)nae tegen hue(r) oft den selven hue(re)n p(ro)cur(eur) en(de) voirtane va(n) daghet te daghe/
d(air)af comen rechts plegen en(de) te voldoene des trecht wijsen sal en(de) hier/
op heeft de voirs(creven) jacop als p(ro)cur(eur) geconsenteert dat de selve jan/
ontslagen wordde vand(er) vroenten en(de) oic vand(er) geloften bij hem gedaen/
op eene(n) banduyn va(n) x leeuwe van hier niet te scheyden sonder hue(re)n/
moet te hebben oft te rechte tegen huer te comen cor(am) buetsele hoelair sept(embris) xxvi
ContributorsLieve Van Hoestenberghe
Moderated byLieve Van Hoestenberghe
Last update: 2017-01-25 by Xavier Delacourt