SAL7375, Act: V°52.3-V°53.1 (125 of 1101)
Search Act
previous | next
Act V°52.3-V°53.1  
Act
Date: 1481-08-11

Transcription

2019-03-12 by Dieter Taillieu
Vanden gedinge dat voir s(in)[t] jansmisse lestleden poirde inde banck voir/
meye(r) en(de) scepen(en) van loeven(en) tusschen cornielijse va(n) calcken geheeten/
van batenborch p(ro)cur(ator) claes van lynt zijns oems aenleggers ter eender/
zijden en(de) edewaerde cruypelant verweerde(r) ter ande(re) om xliii/
r(inssche) g(uldenen) te xx stuv(er)s tstuck eens d(air)op die voirs(creven) cornielijs als procur(ator)/
zijn aensprake fondeerde als voir dachste gedeelte van ix rijders erflijc/
te xxvi stuv(er)s tstuck verpant op seke(re) goede te libbeke en(de) noch vanden/
achtsten deele van vele cleyne diverse p(er)ceelen van chijsen gevalueert/
tsamen op vijf rinsschegulden(en) erflijc inder weerden voirs(creven) op diverse/
goede bynnen des(er) stadt gelegen seggen(de) inden iersten dat bij/
tusschen spreken van seke(re)n goeden ma(n)nen in vetten donderdaige
//
lestleden nae der noenen te loeven(en) inden roesen(en)hoet de voirs(creven) edewaert/
ter eender en(de) cornielijs van calcken en(de) cornielijs [willem] zijn brueder ter ande(re) v(er)gadert/
wae(re)n en(de) aldair v(er)eenichden en(de) overquamen vanden voirs(creven) viii[te(n)] deele der/
voirs(creven) ix rijders erflijck en(de) vijf rinsschegulden(en) in cleynen chijse en(de) dat/
de voirs(creven) edewaert hen als p(ro)cur(ator)s des voirs(creven) claes van lynt dair voe(r) geloofde/
te betalen eens henen draghens te betalen de voirs(creven) xliii r(inssche) g(uldenen) tot twee/
t(er)mijne(n) den iersten vand(er) eender helicht d(air)af te half vasten(en) doen naest/
comen(de) en(de) ten tijde vand(er) aenspraken overleden en(de) den anderen t(er)mijn vand(er)/
ande(re) helicht te sinxen(en) d(air)naest volgen(de) ten ande(re)n male dat d(air)inne en(de) den/
ande(re)n t(er)mijn vand(er) ande(re) helicht te sinxen(en) d(air)naest volgen(de) vorweerde was/
en(de) ondersproken bij alsoe edewaert den iersten t(er)mijn niet en betaelde ten/
voirs(creven) daghe dat dan den ande(re)n t(er)mijn gevallen en(de) verschenen soude/
zijn geheel en(de) al ten derden male dat dan de voirs(creven) p(ro)cur(ator)s oft oic/
edewaert niet en betaelde ten voirs(creven) t(er)mijne dat dan de voirs(creven)/
p(ro)cur(ator)s souden moegen leysten opden cost van edewaerde en(de) alle daghe/
elc va(n) hen d(air)op verthe(re)n iiii st(uvers) en(de) dat dat vorweerde was en(de) alsoe onder/
sproken ten vierden male dat de voirs(creven) p(ro)cur(ator)s souden moegen leysten/
hant en(de) mont leene(n) sonder hue(re)n cost altijt om edewarde voirs(creven) vestich(eyt)/
en(de) genoech te doen(e) vand(er) viii[te(n)] deele der twee p(er)ceelen erfrinten voirs(creven)/
en(de) dat alsoe insgelijcx vorweerde was ten vijfsten male dat de hee(re)/
en(de) ii ma(n)nen va(n) leene vand(er) voirs(creven) v r(inssche) g(uldenen) cleyns chijs ten versueke/
va(n) edewarde v(er)gadert hadden geweest opder stadt huys van loeven(en) en(de)/
dat aldair de selve p(ro)cur(ator)s ten bijzijne va(n) edewarde voirg(enoemd) quijtsceldi(n)ge/
gedaen hadden edewarde voirs(creven) vanden selven viii[te(n)] deele der v r(inssche) g(uldenen)/
jairlix erflijcx voirs(creven) gelijcmen die in diverse cleyne p(er)ceelen alle jae(re)/
heffen(de) was en(de) dat edewaert voirg(enoemd) d(air) mede te vreden was geweest/
dese en(de) meer ande(re) pointen oft se hen wordden ontkint p(rese)nteerde hij te thoenen/
hopen(de) oft hij dat conste gedoen dat de selve edewaert gehouden soude zijn/
hem de voirs(creven) so(m)me int geheele want hij den iersten t(er)mijn hadde late(n) ov(er)gaen/
te betalen he(m) des gedragen(de) totten rechte op dwelck de voirs(creven) edewaert/
antweerden(de) ontkinde dbijleggen svoirs(creven) p(ro)cur(ator)s seggen(de) datmen niet/
bevi(n)den en soude dat d(air)op e(n)nich vast slot gemaect was en(de) en kinde he(m)/
gheen recht noch deel in die rinten voirs(creven) want zij leen wae(re)n alsoe/
dat daenlegge(r) tzijne(n) thoene gewijst zijnde thoende op dierste point/
voirs(creven) met willem(me) va(n) schore ja(n)ne van ost en(de) ja(n)ne cruyplant dat zij/
d(air) bij wae(re)n dairt alsoe v(er)redent was voir hen soe dartikel g begrijpt/
en(de) en weten niet datter slot g af gemaect was en(de) was geseecht dat/
zij gaen souden des ande(re)n daichs voir notar(is) en(de) getuygen en(de) sluytent/
en(de) souden hen d(air)bij roepen op ii[te] artikel voirs(creven) tuychden zij dat die woirde/
dair alsulc wae(re)n als tselve artikel begrijpt op tderde en(de) vierde tuychden
//
zij alle drie dat zij anders niet en weten die woirde en wae(re)n dair/
alsulck en(de) dat zij gelijc voe(r) dat bevestigen souden voir notar(is) ende/
getuygen opt v[te] en(de) leste thuychden zij loenijs van udekem onder/
vracht als hee(re) van dien leene jan vync en(de) henrick vanden ynde als/
zijn ma(n)nen dat hen kinlijc was van alsulken leenken alsmen/
vanden selven loenijse houden(de) was dat die van calcken d(air)af/
wae(re)n opder stad huys en(de) schouden edewaerde dair af quijte en(de)/
edewaert was dairmede te vreden welken thoen aldus geleyt/
zijnde voir s(in)[t] jansmisse lestleden en(de) de sake ververscht na/
s(in)[t] jansmisse en(de) d(air) inne geco(n)cludeert tende(re)nde elc ten fine d(air)toe/
hij voirmaels getendeert hadde en(de) aldus de scepen(en) inder saken/
gemaent zijnde en(de) rijpelijc oversien hebben(de) den voirs(creven) thoen/
inder saken geleyt gewesen hebben met vo(n)nisse dat edewaert/
gehouden sal zijn te betalen de voirs(creven) xliii r(inssche) g(uldenen) soe wa(n)neer men/
hem goede vestich(eyt) sal hebben gedaen vanden viii[te(n)] deele der voirs(creven) ix/
rijders erflijck behalven dat tghene des voir loenijse va(n) udekem/
geschiet es van weerden bliven sal en(de) dat edewaert dadvena(n)t/
van dien uutreycken en(de) betalen sal act(um) in sca(m)pno o(mn)ib(us) scab(inis) p(rese)ntib(us) de(m)pto/
roelants aug(usti) xi
ContributorsLieve Van Hoestenberghe
Moderated byLieve Van Hoestenberghe
Last update: 2017-01-25 by Xavier Delacourt