SAL7376, Act: R°145.4-V°145.1 (288 of 753)
Search Act
previous | next
Act R°145.4-V°145.1  
Act
Date: 1482-11-18

Transcription

2020-12-25 by  Marie-Bernadette Desmedt
It(em) peter va(n) loeven(e) pet(er)s sone in p(rese)ncia heeft bekint en(de) lijdt/
ontfangen te hebben(e) van pete(re)n zijne(n) vader voirs(creven) en(de) alijte(n) zijnder/
weerdy(n)nen een bedde metter coetsen en(de) dat vand(en) drie bedden den/
selve(n) pete(re)n den vader en(de) alijten toebehoiren(de) gebleven nae de aflivich(eit)/
van zijnder moeder den selve(n) gehuysschen en(de) d(air)van hij zijne(n) kuese/
hebben sal schelden(de) mits desen quijte de voirs(creven) peter de jonghe/
den voirs(creven) gehuysschen hem beky(n)nen(de) mits dien v(er)nuecht te wesen(e)
//
dair inne hij e(n)nichssins gericht soude moegen zijn vander haven/
oft vliegen(de) erve(n) die zij tsame(n) oft bezunder besitten moeghen gebleve(n)/
nae de aflivich(eit) zijnder moeder geloven(de) d(air)van ne(m)mermeer de voirs(creven)/
gehuysschen te moegen voe(r) wat gerichte dat zij noch in egheender manie(re)n/
mair dair van warant te zijne cor(am) tybe tants no(vem)[br(is)] xviii
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2016-11-15 by Xavier Delacourt