SAL7383, Act: V°388.2-R°389.1 (590 of 716)
Search Act
previous | next
Act V°388.2-R°389.1  
Act
Date: 1490-05-05

Transcription

2022-10-25 by Walter De Smet
Item gielijs faconvaul van hupeyn heeft op hede(n)/
ontrint middach gep(re)senteert zijn twee goede/
mans te weten(e) willeme maelgefir en(de) ja(n)ne/
de faconvaul zijne(n) brued(er) die hij genomen/
hadde om te hulpe(n) beslichte(n) tgescille dat/
hij uutstaen(de) dat hij uutstaen(de) heeft tegen/
zeghe(re)n sluysman zijne(n) wynne uut saken/
vand(er) wynnege(n) van zijne(n) goed(en) en(de) d(air)af tege(n)/
de goede mans van zwynne(n) zijde(n) genome(n)/
op dat zij gecompareert wa(r)en want zij alle/
viere niet en conne(n) v(er)accoerde(re)n noch bijeen/
te crige(n) en zijn tgescilt te late(n) beslichte(n) bijd(en) raide/
va(n)d(er) stadt oft d(air) dat behoirt en(de) dit opdat deselve/
gielis hem quijte(n) wilt alsoe verre dat
//
in hem es vand(en) eede die hij in desen/
gedaen heeft ende want zijn goede hier/
bij verlet wordde(n) ende ongewonne(n) blive(n)/
cor(am) buetsele burg(imagistr)[o] maii v[ta]
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2017-01-17 by Xavier Delacourt