SAL7383, Act: V°9.1-R°10.1 (18 of 714)
Search Act
previous | next
Act V°9.1-R°10.1  
Act
Date: 1489-07-08

Transcription

2019-07-02 by Walter De Smet
Vander questien geport bijden raide vand(er) stadt tusschen de/
gesworen(en) vanden vetters ter eende(re) ende goessene vand(er)/
moelen t(er) ande(r) zijden van zeke(re)n eyssche(n) die de gezwoirne(n)/
dede(n) den voirs(creven) goessene van dat hij binne(n) des(er) stadt zeke(r) leere/
gebracht soude hebbe(n) ende doen hanteren cont(ra)rie huers ambachts/
rechts ende zond(er) in dambacht te comen ende bezundert van/
des hij alsoe zedert kersmesse lestlede(n) bracht hadde ende doen/
hante(re)n bege(re)nde d(air)af des ambachts recht oft dat hij ten minste(n)/
voldade eene(n) stuv(er) van elker huy soe verre die van buyte(n)/
hier binne(n) incomen es ende hier es doen wercken te voirde(r)/
want hij hem beroemde opde oude stat dat dat alsoe/
gemaect was Dair tegen de selve goessen ende enige/
ande(re) met hem vanden gelijcken questien tegen de selve/
geswoirne hebben(de) antwoirden(de) ontkinden tvoirneme(n) der/
gezwoirne(n) voirs(creven) en(de) seyden al mochten d(air)af wat woirde(n)/
geweest hebben bijde voirstat dat en was niet voirde(r)/
dan inden gevalle ande(re) vande(r) gelijcken daden ende/
wantmen niet bevi(n)den en soude dat ande(re) van gelijcke(n)/
gedaen hadden mair soude bevi(n)den dat zij uut laste/
ende bevele vander stadt uut noode ende vreesen/
van in live ende goede(n) verdorve(n) te wordde(n) vand(en)/
wed(er)partien hier hadde(n) moete(n) vluchte(n) en(de) income(n)/
ende dbeste thuys gelate(n) verlore(n) ende afgebrant was/
bijden welke(n) men bellicx op hem soe scerp niet gaen en/
zoude oick en zoude men niet bevinden dat zij enige/
huye voir oft nae kersmisse hier binne(n) gevlucht hadde(n)/
als voe(r) ten was begonnen te wercken Soe meynde(n)/
zij ongehoude(n) te zijne vanden eyssche oft e(n)nige(n)/
lasten oic sustineerde de voirs(creven) goessen dat hem sijn/
scorsse inde moelen wesende ombelet volge(n) soude op/
dobbel maelgelt dat hij dairaf betaelt hadde soe hij/
seyde gem(er)ct dat verderffelijck goet was ende dat hij/
loflijck verborcht hadde voir scepen(en) va(n) loven(en) tgene te/
voldoene des met rechte over hem get(er)mineert soude/
wordden tegen de gezwoirne(n) voirscr(even) aengaen(de) hue(re)n/
eyssche Es vuytgesproke(n) want de gezwoirne/
hen gedroegen gelijc voe(r) tott(er) voirs(creven) oud(er) wet datme(n)/
die aenhoiren zal ende dae(re)ntinden recht ende
//
want der wet genoech blijct vander voirscr(even) borchtocht/
bij goessene gedaen gelijc hij dat voe(r) verhaelt heeft/
Soe zal hem zijn voirscr(even) scorsse ombelet vanden voirs(creven)/
gezwoirnen volgen In consilio opidi julii viii
ContributorsJan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2017-01-10 by Xavier Delacourt