SAL7384, Act: R°475.2-V°475.1 (850 of 1044)
Search Act
previous | next
Act R°475.2-V°475.1  
Act
Date: 1491-04-29

Transcription

2020-10-14 by fernand BERTRAND
Vand(er) questien gecomen bijd(en) raide vand(er) stadt tussche(n)/
pete(re)n boene als geleydt uut crachte van scepen(en) br(ieven) van/
loven(e) totte(n) goed(en) emonds wijle(n) vand(en) hoevelde t(er) eenre/
ende symoen(en) vand(en) hoevelde t(er) ande(re) aengaende/
eene(n) beempt houden(de) drie en(de) een half dach(mael) oft/
d(air)omtr(int) gelege(n) ond(er) wiltsele bij tholsbekerbroeck de(n)/
selve(n) wijle(n) emonde voirmaels toebehoiren(de) den/
welke(n) de voirs(creven) symoen tege(n) hem gecocht hadde/
ende d(air)inne gegoedt was p(re)tende(re)nde de voirs(creven)/
peet(er) want sijn beleyt oud(er) was dan de guedi(n)ge/
des voirs(creven) symoens dat hij sijn wettige schult op/
behoirlike ve(r)ificatie d(air)aen verhale(n) soude dwelck/
de voirs(creven) symoen gescudt heeft en(de) in dien gesustineert/
aengesien dat hij d(air)inne grootelijck bedrogen soude/
sijn want hij den selve(n) beempt wel en(de) dueghdelick/
betaelt hadde en(de) oick afgeleeght twee pet(er)s erff(elijck)/
d(air)op hem dien onder dande(re) gewarandeert was/
aende mi(n)d(er)brued(er)s van loven(e) Ten ande(re)n male/
dat de voirs(creven) peet(er) sijn beleyt ov(er)lang hadde late(n)/
stille staen ind(en) leven(e) desselfs emonds die sijn/
enige docht(er) getrout hadde en(de) alsoe bellix hem/
uut sijne(n) gecochte(n) goed(en) nu niet en soude(n) conne(n)
//
gestoote(n) ende ten derden want dair noch ande(r) goed(en)/
wae(re)n als have en(de) ande(re) d(air)aen hij sijn schult mochte/
v(er)hale(n) Soe hoepte deselve dat hij mette(n) voirs(creven) zijne(n)/
beleyde en(de) sijne(n) voirnemen(en) in dien opde(n) voirs(creven)/
beempt v(er)doelt soude sijn ind(er) mate(n) dese sake voir/
meye(r) en(de) scepen(en) bedingt hadde geweest en(de) bijden/
selve(n) scepen(en) p(ar)tien en(de) sake versond(en) bijd(er) wet Es/
geappointeert op al geledt sijnde genoech oick beki(n)nen(de)/
de voirs(creven) peet(er) datt(er) ande(r) goede noch wae(re)n d(air)op/
hij soude moege(n) procede(re)n den voirs(creven) wijle(n) emonde/
toebehoiren(de) dat hij den voirs(creven) symoen(e) ongemoeyt soude/
van zijne(n) voirnemen(en) en(de) met sijne(n) beleyde sup(er)cede(re)n/
soude van opte(n) selve(n) beempt en(de) gront te moege(n)/
voirtva(r)en laten(de) hem dien vredelijck gebruycke(n)/
navolgen(de) zijnd(er) gued(en) als dat behoirt Behalve(n)/
hem sijn actie van sijne(n) beleyde opde voirs(creven) ande(r)/
goede den voirs(creven) wijle(n) emonde toebehoiren(de) Act(um)/
in cons(ili)[o] opidi aprilis penultima
ContributorsGreet Stevens
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2014-09-04 by Dieter Peeters