SAL7384, Act: V°148.1 (249 of 1044)
Search Act
previous | next
Act V°148.1  
Act
Date: 1490-09-22

Transcription

2019-01-13 by fernand BERTRAND
Item want ind(er) condicien geregistreet staen(de) junii/
xiiii lestleden ond(er) den scepen(en) brief van achtien/
rinsgulden(en) eens oft eene(n) rinsgulden(en) erff(elijck) te besette(n)/
bekint en(de) geloeft bij meeste(re)n lenarde vande(n) zande/
een clausele begrepen steet oftmen bevonde opde/
hond(er)t eene(n) viertich rinsgulden(en) ald(air) begrepen enige/
ande(re) betalinge oft ontfanck voirmaels gesciet te/
zijne dat meest(er) lenart d(air)af blive(n) soude op sijn actie/
om van dien restitucie vande(n) gene(n) dat alsoe/
ontfange(n) hebben(de) oft sijne(n) nacomeling(en) te recouv(re)ren?/
en(de) deselve meest(er) lenart alsnu bevonde(n) heeft/
eene cedulle gesubsigneert soe hij meynde/
mette(n) hanteeke(n) wile(n) jans van boxlair van/
negenthien en(de) eene halve croene(n) van eene(n) p(er)de/
dat deselve boxlair gecocht soude hebbe(n) tege(n) willem(me)/
wile(n) vande(n) dijcke op dierste twee kinde(re) van/
eend(er) dracht die deselve wille(m) van zijne(n) wive/
hebbe(n) soude welke cedulle soe de weduwee/
desselfs wijlen van boxlair hielt niet en was/
autentijck bij meer reden(en) namelic wantse/
wijlen huer man selve niet gescreve(n) en hadde/
noch thanteeken d(air)op staende niet en gelijcke/
huers mans ande(re)n hanteeken(en) ende dat/
meer was en hadde die gheene(n) daet inne/
Niet te myn om alle twivel te scouwe(n) en(de)/
de ziele van hue(re)n man tontlaste(n) ofter yet/
aff wa(r)e des zij niet en wiste Soe heeft/
de voirs(creven) meest(er) lenart huer en(de) de ziele va(n)/
hue(re)n man van dien geheelijck ontlast en(de)/
quijtgescouwe(n) Ende voirt van alle(n) ande(re)n/
cedulle(n) van coma(n)scapen oft ande(re)n sculden/
oft eyssche(n) die deselve meest(er) lenart meer/
bevi(n)den mochte aen oft op wile(n) hue(re)n man/
zij wae(re)n van zijnd(er) hant selve gescreve(n) oft/
met zijnd(er) hant gesubsigneert in wat manie(re)n/
dat wa(r)e Ende dit al ov(er)mits der so(m)men/
van tweelff rinsgulden(en) die zij hem soe quijt/
gescouwe(n) soe afgenome(n) heeft vande(n) rinsgul(den)/
erff(elijck) oft achtien rinsgulden(en) eens voirs(creven)/
Promitt(entes) nullatenus alloqui sed war(andizare)/
prout cor(am) hoeve(n) buetsele septembr(is)/
xxii
ContributorsGreet Stevens , Jos Jonckheer
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2014-09-02 by Dieter Peeters